DERTIGDUIZEND PAAR OGEN (2903004)

Op woensdag 24 maart 1976, even na middernacht, namen militairen de macht over in Argentinië. “Isabelita”, president María Estela Martinez de Perón, en haar regering werden naar huis gestuurd. Aanvankelijk heerste er een gevoel van opluchting onder de bevolking. Niet op hun taak berekende politici werden tenminste gestopt het land nog verder in de afgrond te storten. Weinigen vermoedden op dat moment dat de rechtse junta tijdens de bijna acht erop volgende jaren een waar schrikbewind zou gaan uitoefenen. Dertigduizend Argentijnen zouden er verdwijnen. Om maar niet te spreken van de duizenden die in concentratiekampachtige martelcentra werden vastgehouden of de baby’s die bij hun geboorte “in beslag werden genomen” of de duizenden die het land vanwege hun politieke overtuiging ontvluchtten omdat ze hun leven niet langer zeker waren.

Op 24 maart 2004, toevallig weer op woensdag, worden de slachtoffers van die militaire terreur op vele manieren herdacht. Overal in de stad zijn affiches aangeplakt die oproepen om aan de herdenking deel te nemen. Het begint ’s ochtends al vroeg op de Militaire Academie. Daar haalt generaal Bendini, de bevelhebber van het leger, onder het toeziend oog van president Kirchner de beeltenissen van de juntaleiders Videla en Bignone van de muur. ’t Is voor mijn gevoel net alsof pas 20 jaar na de oorlog het portret van Hitler uit de Rijkdag wordt gehaald. Hoe is het mogelijk dat dit zolang heeft moeten duren? Als oud verzetsman heeft de President enig recht van spreken, hij was lid van de Monteneros, de Peronistische resistentie. Het ceremoniële, of eigenlijk het juist zeer onceremoniële verwijderen van de portretten, zat sommige hoge militairen dusdanig dwars, dat zij verzoeken om vervroegd te worden gepensioeneerd. Nog steeds fout zijn en er zich niet voor schamen. Schaamteloos!

Als ik vroeg in de avond van mijn werk naar huis wandel, klinkt er op veel plaatsen in het centrum van Buenos Aires het vertrouwde lawaai van demonstraties. Geen demonstratie is compleet zonder grote trom waar flink met een rubber staaf op wordt geramd. Bij het parlement beginnen de deelnemers aan de grote demonstratie naar de Plaza de Mayo zich te verzamelen. Schuin tegenover ons huis, voor het Kavanaghgebouw, begint net een andere demonstratie. Ik trek snel mijn demonstratiekloffie aan, pak mijn camera en ga op pad. Op het hoogtepunt van de avondspits blokkeert een groep van niet meer dan honderd demonstranten de straat. Er is een “escrache - het aan de paal nagelen van iemand” aan de gang. Grote spandoeken, veel lawaai. Aan voorbijgangers worden verklarende pamfletten uitgedeeld, op het asfalt voor de ingang worden anti leuzen geverfd. Het merendeel van de demonstraten zijn vrouwen en kinderen, een typisch voorbeeld van “rent-a-crowd” is een collega het de volgende dag met mij eens. Voor tussen de tien en twintig pesos, frisdrank en/of wat snacks zijn minder bedeelden gaarne bereid een uurtje of zo voor een protest uit te trekken. Het Kavanangh is een statig gebouw waar vooral beter gesitueerden wonen. Zelf hadden we er haast gewoond, gelukkig is dat niet door gegaan want dan hadden we nu min of meer naast de “oorlogsmisdadiger” José Alfredo Martínez de Hoz gewoond. Martínez de Hoz is een soort Jorge Zorreguieta, maar naar ik begrijp een heel stuk erger. Als zoiets tenminste bestaat. Hij was Minister van Economische Zaken onder Videla en was degene die de buitenlandse staatsschuld, die nog immer zwaar op het land drukt, begon te maken. Niet alleen de militairen moeten hangen, vinden de demonstranten, hun burger collaborateurs ook. De ex-Minister laat zich niet zien, net zomin als zijn medebewoners. Noodgedwongen ontdekken die de bedienden ingang.

De Plaza de Mayo is het eindpunt van de grootste demonstratie. “LOS TREINTA MIL COMPAÑEROS - de dertigduizend kameraden die zijn verdwenen tijdens de dictatuur zijn vanavond bij ons!” klinkt vanaf het podium “Treinta mil!” schalt het keer op keer door de luidsprekers en iedere keer weer reageren de samengestroomde demonstranten met een in de lucht gestoken gebalde vuist, met “treinta, treinta!!” Ze hebben weinig aanmoediging nodig, het is een bijeenkomst van gelijkgestemden. Moeders, vaders, kinderen en familieleden van de “desaparecidos”, aanhangers van linkse en soms zeer linkse partijen waarvan duizenden leden verdwenen. Lesbiennes en erg lelijk verbouwde travestieten, de langdurig werkloze piqueteros, linkse advocaten, journalisten, studenten tot en met “murgas - een carnavalsvereniging” toe. En de dertigduizend zijn er echt. De ouder wordende Dwaze Moeders, van wie er steeds minder zijn, zijn makkelijk te herkennen aan de luier die als hoofddoek wordt gedragen. Daarop is meestal met de kruissteek de naam van hun verdwenen kind geborduurd. Honderden zwart-witte portretten worden meegedragen, buttons met foto’s, foto’s van ogen “zij kijken over onze schouders.” Oude bekenden ontmoeten en omhelzen elkaar, het is een stoet zonder eind die de brede, ongeveer twee kilometer lange, Avenida de Mayo tussen het Parlement en de Casa Rosa voor uren vult.

Langs de route hangt op veel plaatsen een plattegrond waarboven groot “HIER WONEN MOORDENAARS” staat gedrukt en waarop met naam en toenaam en adres staat vermeld waar al die nooit veroordeelde foute mensen wonen. Helaas werd direct na afloop van de dictatuur een wet afgekondigd die procederen tegen de militairen en hun collaborateurs onmogelijk maakte. President Kirchner overweegt die wetgeving ongedaan te maken om alsnog tot vervolging over te kunnen gaan. Ongetwijfeld kijken dertigduizend paar ogen kijken over zijn schouders.