|
TANGOFESTIVAL - 2004 (14032004) Buenos Aires of Rio de Janeiro? Tango of samba? Op Aswoensdag opwellende nostalgie dwingt ons een keus te maken tussen fascinerende Argentijnse muziek en een kleurrijk Braziliaanse spektakel. De Braziliaanse televisie doet vanuit het Sambódromo van Rio “ao vivo” verslag van de verkiezing van de beste Sambaschool van het Carnaval van 2004. Beija-Flor, de favoriet van mijn geliefde, wordt net als vorig jaar kampioen. Dolle vreugde, tranen, eindeloze herhaling van fragmenten van hun spectaculaire carnavalsstoet. Zullen we naar Rio gaan voor het “Desflle das Campeãs” op zaterdagavond? Dat is het defilé waar de zes beste sambascholen van dit jaar nogmaals zullen optreden. Als we dat zouden doen, zouden we echter de eerste dagen van het Festival Buenos Aires Tango moeten missen. Gelukkig hakt de logistiek de knoop voor ons door. Het is allemaal net iets te kort dag om dat nog te kunnen regelen. Er zit gewoon niets anders op dan een jaar langer op onze herinneringen aan het Carnaval van Rio de Janeiro te teren. Wat logistiek betreft stelt het Tangofestival zijn eigen eisen. Een week lang zullen er iedere avond optredens zijn in theaters die door de hele stad verspreid liggen. Daar zullen zo’n beetje alle variaties die de Tango kent ten gehore worden gebracht of worden gedanst. We hebben vorig jaar ons lesje geleerd. Zo weten we nu dat je goed moet plannen wat je wilt gaan zien of horen en dat je ruim op tijd aan de kassa van de theater van je keuze de gratis kaartjes moet afhalen. Met uitzondering van de concerten in het Teatro Colón zijn alle optredens tijdens het Festival gratis. Helaas kunnen de kaartjes “niet meer dan twee per persoon” pas op de dag van de voorstelling worden afgehaald. Wij hebben ons voorgenomen zoveel mogelijk verschillende soorten tango te gaan zien, maar vooral te gaan beluisteren. Zondag, 22 februari 2004. In het Auditorio Astor Piazzolla van het Centro Cultural Borges, gaan we als voorbereiding op het festival naar “Bar - Tango - Bar” van de groep Tangodinamico. Onder aan de trappen van het Borges wordt het beeld “Tango Feroz - Gewelddadige Tango” van Vilma Villaverde geëxposeerd. Een stoer goud gespoten tangowijf dat uitdagend op een stoel zit. Dat willen we horen: uitdagende tangomuziek! Na ruim een kwartier of zo, beginnen we ernstig te twijfelen of we daarvoor wel in de goede zaal zitten. Gaucho volksdansen en een band die folkloristische muziek speelt. “Palmas, palmas!!” klinkt het nog na in mijn oren. Deze Latijns Amerikaanse aanmoediging om het publiek ritmisch met de muziek mee te laten klappen, vindt te weinig weerklank volgens de zanger. “Ik kan jullie daar boven op de galerij niet horen!” roept hij een paar keer dwingend. Dat Is inderdaad waar ik zit en nee hij krijgt mijn handen niet op elkaar. Na de pauze uiteindelijk toch tango. Femmes fatales en machomannen die op tangoklanken dansen. Een matige voorstelling die we al weer zijn vergeten voordat we de zaal uit zijn. Zaterdag, 28 februari 2004. Als het doek van het Teatro Presidente Alvear wordt gehaald, worden er vier gitaristen en een bassist onthuld. Het verward me enigszins. Hoe is het nou mogelijk om echte tango te spelen zonder de zo kleurbepalende bandoneón? Het Ventarrón Quintet opent met de klassieker “el Choclo.” Tijdens Piazzolla’s “Michelangelo70”, het derde nummer, fluistert mijn geliefde opgetogen “dit is jazztango!” En dat is het ook, het swingt net zo lekker als Django Reinhardt lang geleden in Parijs. Het wordt échte tango als de gitarist/zanger Néstor Basurto “el Ventarrón“ zingt. De liefhebbers reageren enthousiast, wij genieten. Zonder een bandoneón kan het dus toch! Na de pauze speelt het trio van Néstor Marconi, met Néstor zelf op de bandoneón, zijn zoon achter de piano en een onbekende contrabassist. Lekker vertrouwd. Wij kennen Marconi beter als dirigent van grote orkesten dan als leider van zoiets kleins als een trio. Spelen met zijn eigen trio geeft hem duidelijk veel meer arbeidsvreugde. Hij geeft zijn zoon alle gelegenheid om te schitteren met het moeilijke lange piano intro van Adiós Nonino. Mijn goed ingeburgerde geliefde herkent het meteen. Het wordt heel wat mooier vertolkt dan destijds in de Nieuwe Kerk. Desalniettemin houden wij onze ogen droog. Zondag, 29 februari 2004. Wat ambulante handel en muziek betreft, dachten we zo’n beetje alles wel te hebben meegemaakt in het Argentijnse openbaar vervoer. Snoepgoed, tijdschriften, sokken, messen, batterijen, balpennen. Je kan het zo gek niet bedenken of het wordt in de Subte - de ondergrondse of in de trein verkocht. Wat mensen er toe brengt sokken in de bus te kopen, ontgaat me. Aan de andere kant begrijpen die wellicht weer niet wat mij er toe bracht om in de trein illegaal gekopieerde CDs te kopen. Zangers, zangeressen, instrumentalisten alles trekt voorbij op zoek naar uw “colaboración” een bijdrage. Vanavond stappen er twee keurig in het zwart geklede jongelui de Subte binnen. Ze hebben een draagbare radio bij zich waaruit een tango opklinkt. Wat daarna volgt, verrast ons. Onderweg naar het tangofestival worden we getrakteerd op een tango dansend stel! De gangpaden zijn niet al te ruim, maar ruim genoeg voor een optreden dat drie stations duurt. “Muy Buenos Aires - Hartstikke Buenos Aires!” Niet alleen het danspaar in de Subte heeft zichzelf op het tangopodium uitgenodigd. In het Teatro Regio, aan de andere kant van de stad, wordt de programmering verzorgd door de “Autoconvocados por el Tango” oftewel degenen die zichzelf hebben uitgenodigd. In ruil voor de gratis toegang moeten we enige Marxistisch gekruide retoriek aanhoren van de inleider. Arbeiderszelfbestuur en artistieke zelfbeschikking zijn de thema’s. “Wij beschouwen onszelf ook als arbeiders” oreert hij namens “autoconvocados” waarna de achteraf uiterst genoeglijke avond kan beginnen. Alejandro Szwarcman leest uit eigen werk een tekst die hij schreef naar aanleiding van een herinnering die Diego Maradona ophaalde over zijn eerste bezoek aan de stad Buenos Aires. Het onaanzienlijke stadsdeel Pompeya maakte een dusdanig grote indruk op de 12 jarige Diego dat hij zich in Parijs waande. Martin Alvarado zingt begeleid door piano en bandoneón beladen tangoteksten, voor het evenwicht zingt Miriam de Luca daarna lekker lichtvoetige tango’s. Juan Carlos Páez declameert twee eigen gedichten, hij wordt prachtig begeleid door de gitarist Enrique Moneli. Zij worden gevolgd door smachtende vrouwen die keer op keer als een stuk vuil worden behandeld door macho mannen, zij dansen op de tangomuziek van lang geleden. Toneel zonder woorden, tangomime? Het lijkt erg op wat we vorige week zondag in het Borges zagen, maar stukken beter. De uitsmijter is een optreden van het ensemble “Imperial” een “orquesta típica” een formatie zoals die in de gouden tijd van de tango bestond: vier violen, een contrabas, piano en twee bandoneons. Een van de bandoneonspelers is een vrouw, zij maakt grote indruk op mijn geliefde. Een avond ontspannende van-alles-en-nog-wat tango. Maandagavond, 1 maart 2004. Het Orquesta de Escuela de Tango - het orkest van de Tangoschool, is een wat uitgebreider 15 mans orquesta típica met maar liefst vijf bandoneonspelers, waaronder drie vrouwen! Zij treden op na de pauze in het Teatro Colón, de beroemde klassieke muziektempel van Buenos Aires. Dat wordt een avond vol klassieke tango. Dat verwachtten wij althans, in werkelijkheid wordt het een avond om zo snel mogelijk te vergeten. De pianist Gustavo Beytelmann speelt “Improvisaties” die niet om aan te horen zijn. Het heeft in mijn oren absoluut niets met de tango te maken. “Waarom applaudisseer je niet?” vraagt mijn geliefde streng. “Omdat ik het verschrikkelijk vind!” Onze 100% Argentijnse buren vinden er ook niets aan en kunnen ook in de verste verte geen tango ontdekken. Het publiek reageert lauwtjes met mager applaus, Beytelmann laat zich niet ontmoedigen en speelt onverdroten verder. Hoewel het orkest van de Tangoschool heel herkenbare tangomuziek speelt, ontbreekt er iets. Het sprankelt gewoonweg niet. Een teleurstellende avond concluderen we als we terug naar huis wandelen. Dinsdagavond, 2 maart 2004. Symfonische tango in de vooravond, technotango op de late avond. We beginnen in het Teatro Cervantes waar het 42 m/v sterke Nationale Orkest voor Argentijnse Muziek het winterseizoen van 2004 opent. De komende maanden zal daar iedere dinsdagavond uitsluitend muziek van Argentijnse componisten worden gespeeld. Het orkest wordt bij toerbeurt gedirigeerd door de pianist Atilio Stampone en de bandoneonspeler Néstor Marconi. Beiden zijn oude rotten in het vak die in de loop van hun carrière met vrijwel alle tangolegenden van de afgelopen 50 jaar hebben gewerkt. De 77 jarige Stampone is meer dan 100% onthaast. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat hij in zijn jonge jaren, toen hij met onder andere Piazzolla speelde, tot de avant-garde van de tango behoorde. Het orkest werkt de prettig in gehoor liggende en bekende stukken routineus af. Wij kunnen de zaal rustig wat eerder verlaten om op tijd voor de volgende voorstelling te zijn. Wat we missen, kunnen ook wij ondertussen wel dromen. Het kleine Chacarerean Teatre in het stadsdeel Palermo is eerder een café-chantant. Het is simpelweg een verbouwd rijtjeshuis, maar dan wel een rijtjeshuis uit het Buenos Aires van de jaren 1920 of zo. Zes meter breed en zo’n veertig meter diep. Alleen de originele voorgevel en de muren met de belendende panden staan er nog. Achter de voordeur de kassa, de vestiaire en de toiletten, vervolgens de bar en de zaal. Boven de bar een entresol waarop een kleine tribune is gebouwd, achter in de zaal het podium, in de ruimte die overblijft staan tafels en stoelen. We bestellen wijn en borrelhapjes, de sfeer is informeel, het publiek is jong. Het contrast met het oude, slecht onderhouden Teatro Cervantes kon niet groter zijn. Hetzelfde geldt voor het muzikale contrast tussen de symfonische tango die we een uur geleden nog hoorden en de technotango van Ultratango. De combinatie van twee synthesizers, slagwerk, versterkte viool, drumcomputer en bandoneón is niet bepaald alledaags in tangoland. Het repertoire van Ultratango bestaat voor de helft uit composities van Astor Piazzolla en voor de andere helft uit eigen werk. Verassende arrangementen, een lekkere strakke beat, uitsluitend hoge tonen uit de bandoneón. Piazzolla, ooit de miskende vernieuwer van de tango, zou hebben genoten en wij doen dat niet minder. Er wordt een heel aparte versie van Adiós Nonino gespeeld. Als Máxima dit had gehoord, had ze geen traan weg gepinkt, nee dan zou ze in snikken zijn uitgebarsten. Zelfs ik krijg er licht kippenvel van! Woensdagavond, 3 maart 2004. De avond na Ultratango speelt Narcotango in het Chacarerean Teatre. Het theatertje is kennelijk een van de broedplaatsen van de “tango nuevo” de nieuwe tango. Narcotango is de groep van de gitarist Carlos Libedinsky en bestaat verder uit bandoneón, contrabas, viool, slagwerk en synthesizer. Zij spelen elektronische tango, maar zonder de lekkere strakke en opgewekte beat van gisteravond. Hun tango’s zijn melodieus en melancholiek. Er is een klein dansvloertje vrij gemaakt, want Narcotango speelt dansbare muziek. Na een half uur begint het voor mij wat eentonig te worden. Mooi eentonig, dat wel. Dan zet Carlos Libedinsky zijn gitaar aan de kant en klemt een Afrikaans trommeltje tussen zijn knieën. Bij de “tango nuevo” is iedere combinatie van instrumenten mogelijk. Het tempo gaat wat omhoog. De bandoneón die hoge tonen scheurt, begeleid door een trommeltje roept herinneringen op aan West Afrika “net die gillende Zaïrese gitaren in Togo” zeggen mijn geliefde en ik haast gelijktijdig. Melancholieke herinneringen, geheel in de sfeer van de muziek van vanavond. Maar bij lange na niet de narcotische dromen die volgens Libedinsky door zijn muziek zouden worden opgewekt. Donderdagavond, 4 maart 2004. Buenos Aires Negro bestaat uit 8 muzikanten en een zanger. Van links naar rechts: fluit, trombone, trompet, bandoneón, percussie, slagwerk en twee elektrische gitaren. Het klinkt zo’n beetje als de Bluesbreakers van John Mayall met een bandoneón in plaats van een mondharmonica. De drummer zou zo in een hardrockband aan de slag kunnen, de muziek is keihard, de teksten zijn ruig. Het publiek in Sala A-B van het Culturele Centrum Generaal San Martín heeft alle leeftijden. Na het tweede nummer begint de oude garde de zaal te verlaten, zij hadden traditionele tango verwacht, maar die wordt in een andere zaal van het Centrum gespeeld. Pech gehad. Hoewel ik ook niet voor Buenos Aires Negro ben gekomen, vind ik het allemaal best de moeite waard. Uiteindelijk is het de bedoeling van het Tangofestival om het publiek met alle soorten tangomuziek of met de tango verwante muziekvormen kennis te laten maken. Bluestango, te gek man! Zonder enige schaamte schreeuw ik mee om een toegift. Otra!! Otra!! Na de pauze La Chicana. Dat is een groep die mij al een tijdje intrigeert. Dolores Solá, een mooie en elegante zangeres die met een geknepen nasale jaren 1920/30 stem onder andere de tango “De vrouw van de Soldaat“ zingt. Een tekst van Berthold Brecht die op muziek werd gezet door Acho Estol, die samen met Dolores de band oprichtte. Dezelfde tekst werd door Huib Oosterhuis vertaald in “De vrouw van de Nazi-soldaat” die uit iedere stad die door de Nazi’s wordt bezet cadeautjes krijgt gestuurd. In de Argentijnse vertaling is “Nazi” weggelaten en krijgt de vrouw een hoed uit Amsterdam. Van Oosterhuis krijgt ze een hoed uit Rotterdam. Het “Rotterdam” in de Nederlandse vertaling verbaasd me in zoverre, omdat ik vermoed dat in het gebombardeerde Rotterdam destijds weinig hoeden meer te koop waren. La Chicana heeft een leuk gevarieerd repertoire dat naast tangos, nieuwe en oude, bestaat uit folkloristische muziek die dicht tegen de tango aanleunt. Het is uitermate genoeglijk en het contrast met Buenos Aires Negro kon niet groter zijn. Zo´n beetje hetzelfde kontrast als tussen Liesbeth List en Herman Brood & the Wild Romance. Aangenaam voortkabbelende tango. Vrijdagavond, 5 maart 2004. We melden ons voor de tweede achtereenvolgende avond bij het Culturele Centrum Generaal San Martín. Op het terras voor de ingang zijn de openbare tangolessen nog aan de gang. Zeker vijftig mensen van alle leeftijden en dienovereenkomstig gekleed, oefenen tangostappen. De gratis klassen zijn eveneens een onderdeel van het Tangofestival. Zelf ben ik niet al te dol op de gedanste tango, voor mij gaat het om de muziek. Een flink gezelschap in het halfduister met rare huppelpasjes rondjes te zien lopen, is een ritueel waarvan ik helemaal niets begrijp. Collega’s hadden ons afgeraden om vanavond naar Alejandro Dolina te gaan “dat is een dichter die zijn eigen werk voorleest, geen moer aan en vast veel te moeilijk voor jullie.” Daar zouden ze best eens gelijk in kunnen hebben. Het allerdaagse Argentijnse Spaans levert ons niet al te veel problemen op. Goed gearticuleerde teksten begrijpen we best, maar als de tekst is doorspekt met “lunfardo” de platte woordenschat van Buenos Aires, dan raken we het spoor af en toe totaal bijster. Zodoende gaan we naar “la Guardia Hereje” en het kwintet van Omar Gianmarco, zij het met enige twijfel. Vorig jaar hebben we een optreden van Omar Gianmarco bijgewoond en toen trad er na de pauze een band op met muziek die iedereen de zaal uitjoeg. Maar wat de naam van die gasten was, herinner ik me niet meer. We nemen de gok en krijgen daar geen spijt van. “la Guardia Hereje” bestaat uit twee gitaristen en een zanger die zijn teksten zowel spreekt als zingt. Poëtische tango met hedendaagse teksten. Zoals over de Argentijnen die hun land de rug toe keren op zoek naar een betere toekomst en dan ieder weekeinde met heimwee naar de satelliettelevisie kijken om de voetbalfragmenten te zien. Of die op verjaardagen en feestdagen snikkend van heimwee aan de telefoon hangen. Heel herkenbare beelden. Daarna zingt Omar Gianmarco murga, candombé, folklore en als het zo uitkomt tango. Hij weet dat. Na een paar nummers wijst hij op het grote doek met “Tangofestival” erop en vraagt aan het publiek “jullie vragen je waarschijnlijk af wat ik hier kom doen?” Samen met een groep “murga’s” de zingende en dansende carnavalsclowns van Buenos Aires sluit hij de avond af met de vrolijkste nummers van het hele festival. Hoempatango. Zaterdagavond, 6 maart 2004. Tangofatigue begint in te zetten. ’s Middags bekijk ik “tangokunst” in het Centro Cultural General San Martín. Een aardig allegaartje grafisch werk van Susana Delgado, dat de tango als onderwerp heeft. Ze probeert vooral de soms gezellige, soms sensuele sfeer uit de salons van vroeger op te roepen. Carlos Gardel komt veelvuldig in haar werk voor, maar zij maakt het niet zo bont als de schilder Marino Santa Maria die niets anders dan Gardel schildert. In de wijk Abasto heeft hij de voorgevels van een aantal huizen met portretten en de teksten van liedjes van Gardel beschilderd. Ietwat eentonig. Voor later vandaag staat “la Gran Milonga” geprogrammeerd, een avond vol muziek en dans in de open lucht op de Avenida Corrientes. In de vooravond begint het te regenen, waardoor de “milonga” moet worden afgelast. Als alternatief hebben we kaartjes voor het Teatro Colón waar het orquesta tipica van Leonardo Federico optreedt. Mijn geliefde gaat er samen met een vriendin naar toe. “Hoe was het?” vraag ik als zij thuis komt “meer van hetzelfde, al die orkesten lijken op elkaar.” Saaie tango. Zaterdagmiddag, 13 maart 2004. Ik ben met een taxi onderweg naar Ezeiza, het vliegveld waar de “Guardia Hereje” vorige week nog over zong. Daar vandaan vertrekken vele duizenden Argentijnen die op zoek zijn naar een betere leven elders, om vervolgens ziek te worden van heimwee. Als we de Avenida Corrientes passeren, is de opbouw van het podium en de tribunes nog in volle gang. De “Gran Milonga” die vorige week moest worden afgelast, zal vandaag zeker doorgaan. Het is een fraaie zonnige nazomerdag, aan de strakblauwe hemel is geen wolkje te bespeuren. Het is vandaag ook de dag dat Astor Piazzolla in 1921 werd geboren. Zijn verjaardag wordt meestal postuum gevierd met een concert dat door zijn weduwe Laura wordt georganiseerd. Helaas moet ik voor mijn werk naar Londen en zal het even zonder tango moeten doen. Hoewel………ik heb CDs van Ultratango, Piazzolla, Narcotango en la Chicana bij me voor het geval ik, net zoals die Argentijnen die naar het buitenland zijn vertrokken, heimwee naar Buenos Aires en de tango zou krijgen. Heimweetangos? |