|
AFZIEN IN ABASTO (19122003) Vlak voordat het voorjaar werd, was ik in Abasto. Vlak voordat de zomer begon, ging ik er weer naar toe. Beide keren was het afzien in dit wat minder bedeelde stadsdeel van Buenos Aires. Een ruige wijk, een arbeiderswijk. “Daar heb jij toch niets te zoeken. Pas maar goed op!” waarschuwden mijn aan niets gewende Argentijnse collega’s. “Het sterft er van de Bolivianen, die halen je zakken leeg zonder dat je er iets van merkt!” Ook in Argentinië bestaan er vooroordelen als het over allochtonen gaat. Begin september kwam de winter opeens terug. In korte tijd daalde de temperatuur van “aangenaam” naar “stervenskoud.” Zo koud, dat het laatste deel van het openlucht programma moest worden afgelast. Midden december was het opnieuw raak, deze keer vanwege de zomerse hitte. De slotronde van de talentenjacht naar tangozangers en zangeressen zou volgens de officiële agenda om 3 uur van start gaan. Op raambiljetten in de buurt stond 4 uur als de aanvangstijd, pas tegen vijven werden er aanstalten gemaakt om te gaan beginnen. De brandende zon stond nog te hoog aan de hemel, het wachten was op schaduw in de buurt waar de legendarische tangozanger Carlos Gardel opgroeide. Honderd jaar geleden lag Abasto nog even buiten de stad Buenos Aires. Dit was de plek waar het equivalent van de Parijse “Hallen” stond. De grote overdekte markthallen waar vanuit het binnenland het voedsel voor de grote stad werd aangevoerd en verhandeld. De voormalige Hallen zijn een paar jaar geleden omgetoverd tot een enorm overdekt winkelcentrum, maar met de rest van de wijk wil het nog niet zo vlotten. Verpaupering dreigt. Gelukkig is vice-president Daniel Scioli, zijn vorige baan was Minister voor Toerisme, afkomstig uit Abasto en dat helpt. Het stadsdeel moet op de toeristische kaart worden gezet en plots is daar veel geld voor beschikbaar. Vanwege zijn gitzwarte haar en olijfkleurige huid had Gardel de bijnaam “el Morocho de Abasto - de zwarte uit Abasto” Bijna 70 jaar na de dood van deze nog altijd geliefde zanger, wordt de overlevingsstrategie van de wijk zo’n beetje aan zijn naam opgehangen. Een half jaar geleden werd het huis dat Gardel ooit aan zijn moeder cadeau deed en waarin zij tot haar dood woonde, opgeknapt en omgetoverd tot het Gardelmuseum. Een verlopen straat vlakbij werd herdoopt in Paseo Carlos Gardel. Het stadsbestuur heeft een aantal panden, die van ellende uit elkaar dreigen te vallen, opgekocht om er iets “cultureels” mee te gaan doen. Sinds een paar maanden wordt er een marktje gehouden waar Tangoprullaria te koop zijn. Op de hoek, die “Esquina del Tango - de Tangohoek” heet, is een restaurant waar de Argentijnen achter de bar, in de keuken en op het podium staan. Maar de tafels worden vrijwel uitsluitend gereserveerd door toeristen die op zoek zijn naar het “authentieke” Buenos Aires. Ze in die waan laten, kunnen ze hier heel erg goed! Bij daglicht in december zijn er in de Paseo Gardel geen toeristen te bekennen. Slechts Porteños die begrijpen dat de naam van het evenement “Anda a cantarle a Gardel” in het platte lunfardo van Buenos Aires zoiets betekent als “Sodemieter op” of “Loop naar de hel!” Uiteraard met een vette knipoog naar Gardel. In september stonden er kinderen die op de lagere school en de lagere klassen van de middelbare school tango leren dansen op het podium. Die kinderen van een jaar of zes zijn ontroerend, die middelbare schoolmeisjes beginnen er al gevaarlijk fataal uit te zien. Na afloop vraag ik aan de in mijn ogen beste en aantrekkelijkste danseres hoe ze heet. Tot mijn verbazing antwoordt ze me met een kleine meisjesstem “Augustina.” “Hoe oud ben je?” informeer ik belangstellend. Als ik “13 jaar señor” te horen krijg, sla ik zedig mijn ogen neer. Ondanks de aanmoedigend stralende moeder. In december zijn de zangeressen als eersten aan de beurt. Die zijn óf erg jong, óf van middelbare leeftijd. María Roldán heeft pech, de technicus start de verkeerde geluidsband. De toeschouwers krijgen alle tijd om haar alvast tot verliezer te verklaren. Haar sandalen en oubollig wijdvallende halflange rok passen absoluut niet bij een gepassioneerde tango. Terwijl de echte jury beraadslaagt, dansen Paula en Guillermo tangos op de straatstenen. Is dit echt dezelfde onooglijk lelijke Paula die slecht gekleed en chagrijnig namens de organisatie de bezoekers zowel letterlijk als figuurlijk op hun plaats zette? Van een lelijk jong eendje is zij in een prachtige tangozwaan veranderd. Ik kan mijn ogen niet geloven. In plaats van een slordige lange broek en schouderloos topje waarboven aan alle kanten een wat lullig ongewassen behaatje uitsteekt, draagt zij nu een fantastisch gesneden strakke rode robe, die haar in aantrekkelijke jonge vrouw heeft veranderd! Na lang beraad besluit de jury dat drie zangeressen het even goed hebben gedaan. Die dames worden nogmaals op het podium genood voor een herkansing. Het loopt al tegen zevenen en er staan een stuk of acht ongeduldige heren in de coulissen te wachten, dat gaat vast nog erg lang duren. Carmen zingt “Balada por un loco - ballade voor een gek” van Astor Piazzolla en Horacio Ferrer, een van mijn favorieten. Na de reprise van de zangeressen gaat de jury nogmaals beraadslagen voordat de heren het podium op mogen. Ik vind dat ik genoeg heb afgezien in Abasto. De uitslag lees ik morgen wel in de zondagskrant. |