|
DE ANDERE HEIMWEEWANDELING (17022004) Buenos Aires, een zonnige zondagmorgen, half elf. Precies een week geleden stapte ik in Rotterdam de deur uit om in het Lloydkwartier te gaan kijken hoe het er met de herinrichting van dit voormalige Rotterdamse havengebeid voorstond. Er waaide een ijzige noordwesterstorm, het was stervenskoud. Regen en hagel streden om voorrang. Met enige weemoed dacht ik aan de bivakmutsen en warme wollen wanten die mijn grootmoeder vroeger voor ons breide. Het Lloydkwartier lag er verlaten en nog steeds behoorlijk onontgonnen bij. De grond rond het oude hoofdkantoor van de Rotterdamsche Lloyd wordt bouwrijp gemaakt, de loodsen die er vroeger stonden zijn gesloopt. Slechts met veel moeite kon ik me het beeld van de hier voor de kade liggende Willem Ruys nog voor de geest halen. Toen de havens nog havens waren, kon je die trouwens alleen maar vanaf de overkant “op Zuid” bekijken. Het was destijds onmogelijk om dichter bij te komen, de bewakers aan de poort lieten je er onder geen beding langs. Tegenover de al getransformeerde Schiecentrale, sinds een paar jaar een multi-mediacentrum, ligt het verwaarloosde en verlaten St. Jobsveem, daarin huisde tot voor kort de superdisco “NOW & WOW.” Net zoals in veel andere Rotterdamse vemen zullen er appartementen in worden gebouwd. Opeens waan ik me in het decor van een spannende actiefilm. Politiebusjes met zwaailichten en gillende sirenes verstoren de zondagsrust, politiemannen springen op het achterdek van een naast het veem gemeerde sleepboot en gooien dreggen in het water. Na een paar minuten worden een witte coltrui en een zwart leren jack uit de haven opgevist, bewijzen dat er iemand in het water is gevallen. Bewoners van het gebouw “De Herder” dat aan de kop van de St. Jobshaven staat, hadden een plons gehoord en de politie gebeld. Ambulances en brandweerautos arriveren aan de landkant, politieboten via het water. Duikers van de brandweer gaan het ijskoude water in. Na een minuut of tien schreeuwt iemand “we hebben em!” Een duiker komt boven water met een man in een spijkerbroek, op afstand gezien behoorlijk dood. De politie wil geen pottenkijkers. Omstanders vertellen dat de agenten achter de verdronken man aanzaten en hem waarschijnlijk de dood hebben ingejaagd. Tevergeefs zoek ik op zondag en maandag naar een bericht over het gebeurde op de teletekst en in het Rotterdams Dagblad. De wandeling door Puerto Madero, de oude gegraven haven van Buenos Aires, is door de warmte een stuk gezapiger. Hoogzomer, korte broek en een t-shirt dat uiteindelijk ook uit moet. Puerto Madero is een groot aaneengesloten gebied waarvan de herinrichting veel verder is gevorderd dan het Lloydkwartier. Op de ene kade zijn in de opgeknapte vemen vooral prijzige restaurants en luxe kantoren gevestigd. Aan de overkantkant dure nieuwbouw appartementen en moderne kantoren waarin onder meer de ABN en de ING kantoor houden. Zouden Argentijnen eigenlijk weten wat ING betekent of wat dat lullige leeuwtjeslogo voorstelt? Net zoals op sommige plaatsen in Rotterdam heeft men hier en daar wat oude kranen op de kade laten staan om de herinnering aan de oorspronkelijke activiteit levend te houden. Naast het Hilton Hotel huist de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden. Zoals op de meeste vaderlandse ambassades in den vreemde ben je er als Nederlander niet écht welkom. Wij zijn nog nooit verder dan het kogelvrije glas van de balie gekomen. Zelfs toen wij het Koninklijk Besluit waarin aan mijn geliefde de Nederlandse nationaliteit werd toegekend kwamen afhalen, werden wij niet binnen genood voor een kopje koffie om de heuglijke gebeurtenis enige luister bij te zetten .”t Heeft wel lang geduurd hé?” waarna het document vaderlands afstandelijk door de gleuf onder het glas werd doorgeschoven. “Tot ziens!" We hebben het gebouw sindsdien maar gemeden. Geen geld voor koffie, geld zat om de aanleg van de Plaza Holanda naast de Ambassade te bekostigen. “Vast en zeker op voorspraak van de Kroonprins en Máxima” bedacht ik ietwat chagrijnig toen ik het bord zag. Tegenover de Plaza Holanda in aanleg ligt een kleine voetgangersbrug die heel vaag aan de Rotterdamse Erasmusbrug herinnert. De brug heet “Puente de la Mujer - Brug van de Vrouw.” Ondanks veel zoekwerk blijft het “waarom” van deze intrigerende naam duister. Naast de ambassade staat een uitgeklede graansilo op de terugkeer van de geldschieters te wachten, het werk ligt al jaren stil. Even verderop staat de vervallen meelfabriek “Molinas Rio de la Plata” die tot een luxe kantoorgebouw zou worden omgetoverd. De bewakers spelen zaalvoetbal in de fabriekshal, alle ruiten zijn al ingegooid, er valt hier al lang niets meer te jatten. De economische crises heeft roet in het eten gegooid. De oudste delen van de fabriek werden ruim honderd jaar geleden gebouwd. Vergane glorie tot het tij weer keert. Ik wandel terug naar huis via de Costanera Sur. Tussen deze boulevard en de oever van de Rio de la Plata is in het verleden zichtbaar veel puin gestort waarop een “reserva ecologica” een natuurreservaat is ontstaan. Het water ligt vol met plastic afval en ander vuil dat óf er bij hoog water is aangespoeld óf er ”gewoon” door passanten is in gegooid. Zo te zien verstoort dat de natuur nauwelijks, de watervogels lijken zich er prima thuis te voelen. In tegenstelling tot Rotterdam is de andere oever van de rivier hier niet te zien, die ligt zo’n 50 kilometer naar het oosten, in Uruguay. Aan de kop van de boulevard staat het gebouw van de jachtclub, net zoals in het Rotterdamse scheepvaartkwartier, aan de kop van de Veerhaven, het gebouw van de Roei- en Zeilvereeniging “ de Maas” staat. Zo zorgt een zondagse wandeling door Puerto Madero er af en toe voor dat ik me ver van huis toch helemaal thuis voel. |