|
DAGBOEK RIO DE JANEIRO - 3 (1501004) Zaterdag, 3 januari 2004.Van bovenaf gezien is de “Escada do Convento - de Kloostertrap” in Lapa gewoon een alledaagse grauwe betonnen trap die dient om het hoogteverschil in de wijk te overbruggen. Als je echter van beneden naar boven kijkt, zie je dat het een kleurrijk kunstwerk is. De Chileense kunstenaar Selerón begon in 1990 de trap op te fleuren met stuk geslagen en hele tegeltjes. Aanvankelijk had hij een voorkeur voor de Braziliaanse nationale kleuren blauw, groen en geel. Hoewel deze kleuren nog steeds de boventoon voeren, is er veel meer variatie dan voorheen. In december 1999 beklom en bekeek ik de trap voor het eerst en ontmoette de kunstenaar die net wat herstelwerken aan het verrichten was. Hij deed me toen een klein schilderijtje cadeau waarop hij stond afgebeeld als een man op een gammele fiets met op de bagagedrager een zwangere vrouw. Dit thema loopt tot op de dag van vandaag als een rode draad door zijn werk wegens een “problema peronal.” De Kloostertrap, die inmiddels is omgedoopt tot Escadaría Selarón - de trappen van Selarón”, is bedoeld als een hommenage aan Brazilië en de Brazilianen. Het behoort ongetwijfeld tot de grootste kunstwerken ter wereld en Selerón is er bijna iedere dag mee in de weer. Als hij een mooier tegeltje op de kop tikt, vervangt hij een ander. De trap, die vier meter breed is, heeft 216 treden, die 17 keer worden onderbroken door een paar vierkante meter vlakke straat. Een mozaïek van honderden vierkante meters dat bestaat uit tegeltjes en tegelresten die uit de hele wereld afkomstig zijn. De kunstenaar is niet te stuiten, vrijwel geen blinde muur langs de trap is aan zijn decoratiewoede ontsnapt, slechts de voorgevels van de huizen zijn tot op heden “gespaard” gebleven. Sinds een paar jaar heeft Selerón een oven en heeft hij zichzelf het tegel maken aangeleerd. Als gevolg hiervan zijn er nu hele tableaus te zien, waarop hij ondermeer maatschappijkritiek laat horen “Leven is een favela is een kunst. Niemand steelt iets, niemand hoort iets, nooit verdwijnt er iets. Als je verstandig bent, gehoorzaam je de orders die je krijgt!” De Amerikaanse rapper Snoop Dogg gebruikte de trap van Selarón als achtergrond voor de opnames van de clip van het liedje “Beautiful.” Op diezelfde plek staan nu weer de afgedankte badkuipen te wachten om te worden ingepast in de hangende tuinen. Onder de bogen van het aquaduct van Lapa, een paar straten verderop, is de kunstenaar een filiaal begonnen. Grote muurschilderingen met “zijn” thema’s: het leven in de favela en uiteraard zijn gestolen fiets. De buurt laat de artiest al bijna 15 jaar lang rustig zijn gang gaan, op zijn werk geen sporen van vernieling of graffiti. Selarón is ervan overtuigd dat hij tot de dag waarop hij zijn laatste adem zal uitblazen met de trap bezig zal zijn. Er is niemand die daar aan twijfelt. Het nieuwe jaar en het huwelijk van Arjan en Pien worden gevierd met een churasco - een Braziliaanse barbecue in het huis van een jaargenoot van Arjan. Later op de middag speelt de band van onze gastheer. Het is een soort BZN want de band gaat al een tijdje naamloos door het leven. Ze hebben elkaar al zo vaak “como se chama? - hoe gaan we heten?“ toe geroepen, dat de fonetische verbastering “KomuXama” hoogstwaarschijnlijk de naam van de band zal worden. Na goed te hebben gegeten en vooral goed te hebben gedronken, wordt er lustig op los gemusiceerd. Mijn geliefde staat zich al een tijdje in de coulissen op te warmen, van vrienden krijgt ze het duwtje dat nodig is om mee te gaan zingen. “Knock, knock, knocking on heaven’s door!” zingt ze vol overtuiging. Zij is dan ook gewoon om op de hemelpoort te kloppen, iedere zondag gaat ze trouw naar de kerk en ze is een enthousiast lid van haar kerkkoor. Tot op heden is het gelukkig bij aankloppen gebleven, ze is nog veel te jong om al te worden binnen gelaten. Zondag, 4 januari 2004.Mijn geliefde wil zich laten masseren in de tuin van het Museo da República. Helaas zijn de masseuses niet op hun werk verschenen. Waarschijnlijk van wege de bewolkte hemel. Als alternatief bekijken we de foto’s die er op de eerste zondag van de maand worden geëxposeerd en verkocht. Erg veel artistiek bloot, erg veel geïnteresseerde kijkers, weinig kopers. En drinken we een kop koffie in het openlucht restaurant en nemen daar de zondagse krant door. Portugees lezen en verstaan is geen probleem, maar Spaans spreken en gelijktijdig Portugees kost ons erg veel moeite. Uit ervaring weten we dat iedere keer als we een nieuwe taal moeten leren, de spreekvaardigheid van een andere taal tijdelijk verdwijnt. Toen ik Portugees moest gaan spreken verdween mijn Frans, in Argentinië is mijn Portugees verdwenen en het Frans weer terug. Lezen is geen probleem en als ik met mijn Braziliaanse collega’s confereer, spreken zij, omdat zij dat zo gewend waren, Portugees met mij en antwoord ik in het Spaans. Dat is overigens geen enkel beletsel om goed met elkaar te communiceren. Het leukste nieuws gaat over de Braziliaanse maatregel om Amerikanen die Brazilië bezoeken, dezelfde behandeling te geven die Brazilianen van de VS krijgen. Ergo: visumplicht en foto’s en vingerafdrukken in de aankomsthal. ”Reciprociteit” heet dat in zo mooi diplomatieke taal, in gewoon Nederlands heet zoiets “met gelijke munt terug betalen.” Er wordt heel erg veel in het vuistje gelachen in Brazilië, zo kunnen de “Ianques - Yankees” zelf eens ervaren wat het allemaal betekent. Brazilië is technisch nog niet zover als de VS, in Rio en São Paulo kost dat meer dan 10 minuten per persoon in plaats van minder dan een minuut. Dit bericht maakt het gegniffel nog veel groter. Er is in Rio nog een andere Afrikatentoonstelling die dit weekeinde voor het laatst is te bewonderen. In het winkelcentrum “Aquarius” in Copacabana worden uit Afrika afkomstige gebruiksvoorwerpen getoond. “Weet je waar dat is?” Natuurlijk weet ik dat, het is in de straat van het metrostation naar het strand. Ik loop de straat op een neer en nog eens, zonder “Aquarius” te ontdekken. Ik vraag het een keer of twee en krijg schouderophalende antwoorden Als ik de straat langzaam voor de tweede keer afloop, hoor ik een tango. Op de kruising met Nossa Senhora de Copacabana zit een man naast een geluidsinstallatie en een tafel met CD’s. Nieuwsgierig ga ik erop af en hoor net de laatste tonen van de tango “Palhaço.” De man die erbij zit, lijkt beslist op Lee Towers. “Dat ben ik” zegt hij naar de foto op een hoes wijzend. Hoewel de foto een flink aantal jaren terug moet zijn gemaakt, had ik zijn gezicht al herkend. Hij heet Fernando Lelis, hij is zijn rechterarm kwijt en verkoopt zijn eigen CD’s. “Ik verwacht hier samba en geen tango!” en vertel dat ik in Buenos Aires woon. Fernando zegt dat ie heel wat tango’s op zijn repertoire heeft staan, maar dat op deze CD van alles en nog wat staat. We kletsen wat en ik koop zijn CD “Romântica.” “Zou ik hem om een handtekening vragen?” speelt er even door mijn hoofd. Nee, toch maar niet. Ik staak de zoektocht naar “Aquarius” voor een andere zoektocht. Zonder het te weten, was een van onze buren in Rio Dr. Paulo Niemeyer, een jongere broer van de architect Oscar. Paulo zorgde ervoor dat ik in april 2001 samen met mijn neef Arjan en een dag voor ons vertrek uit Brazilië, door hem in zijn atelier werd ontvangen. Een mooier afscheidscadeau had ik me nauwelijks kunnen wensen. Er was toen geen gelegenheid foto’s van het gebouw te maken, dat verzuim kan nu worden goed gemaakt. Waar dat gebouw precies staat, ben ik vergeten, maar ik weet wel dat het vlakbij het Fort van Copacabana is. Een flat met een typische “Niemeyer golf” zet me even op het verkeerde been. Het heet “Edificio Rio - São Paulo” en ik weet zeker dat Niemeyer’s gebouw “Ypiranga” heet. Ik maak wat foto’s van de eveneens door Niemeyer ontworpen golfende straatpatronen en speur langs de gevels van de Avenida Atlântica, de boulevard. Opeens schiet me te binnen dat de gevel blauwig geschilderd was. In de verte, ietwat verscholen tussen twee heel wat grotere gebouwen, ontdek ik het. Al fotograferend en tegen het gebouw op kijkend, realiseer ik me dat dit in de verste verte niet haalt bij het prachtige uitzicht over de boulevard en de zee dat ik destijds vanuit het op de bovenste verdieping gelegen atelier had. Het Museo da República heeft een mini galerie die uit één enkele zaal bestaat. Het collectief “Miolo” exposeert er. “Miolo” betekent min of meer “binnenkant van dingen” en dat laten ze zien. Ik raak gefascineerd door “Precição” van Clarisse Tarran dat me in een klap terugvoert naar de kerk van Nosso Senhor de Bomfin in Salvador de Bahia. Daar hangen in een zijbeuk wassen poppen, benen, armen en wat dies meer zij. Dankbetuigingen voor de genezing van deze lichaamsdelen of een voorspoedige geboorte, zo werd ons uitgelegd. In Rio hangen aan een constructie van operatiescharen een borstafdruk, een gezicht, een hand en een been van was. “Precição - Nauwkeurigheid” is inderdaad geboden bij plastische chirurgie, dat is althans mijn interpretatie. Maandag, 5 januari 2004. Vandaag is de laatste dag van ons tiendaagse bezoek aan Rio. Mijn geliefde, die er een hekel heeft om de kleding die ze koopt bij aankoop te passen, moet terug naar de winkels om het grootse deel van wat ze vrijdag heeft gekocht te gaan ruilen. Zou ze ooit leren dat iedere keer een kwartier in een paskamer, je dagen extra vrije tijd zou kunnen opleveren? Mijn verwachtingen zijn in deze niet al te hoog gespannen. Als zij de metrotrappen afloopt, loop ik het Museo de Folclore in. Daar wordt een verkooptentoonstelling van keramiek uit de deelstaat Pará gehouden. “Tegen de regels in” is het museum zowaar op maandag open en kan ik het aardewerk bewonderen. “Begrijp je Portugees? Dit is nu eens echt leuk voor toeristen om te kopen!” zo word ik aangesproken door een Braziliaanse. Ik kan haar geen ongelijk geven. De keramiek is fraai én zeer betaalbaar, maar hoe krijg je het in een stuk thuis? Het valt me eens te meer op, dat er zo’n grote overeenkomst bestaat tussen de afbeeldingen van de dieren waarmee West-Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse kunst- en gebruiksvoorwerpen werden en worden gedecoreerd. Bewijs voor de theorie dat de twee continenten samen ooit één grote landmassa vormden? De voorbereiding voor de terugreis naar Buenos Aires begint met het pakken van de koffers. Daarna lees ik aan de rand van het zwembad van het hotel de laatste hoofdstukken van “de Oude Patagonië Expres” van Paul Theroux. Ik wil Ushuaia, de zuidelijkste gelegen stad ter wereld, beslist niet bezoeken voordat ik dit boek heb gelezen. Het is een reisverslag van een treinreis van Boston naar Patagonië die Theroux halverwege de jaren 70 maakte. De laatste hoofdstukken gaan over Buenos Aires en Argentinië. Theroux beschrijft onder andere zijn ontmoetingen met de schrijver Jorge Luis Borges die hij op minder dan vijftig meter van ons appartement een aantal malen bezocht. Een gevelsteen naast de deur van Maipú 994 herinnert er aan dat Borges daar heeft gewoond. Buenos Aires komt met het uur dichterbij. Ter afsluiting van ons bezoek aan de “Cidade Maravilhosa” hebben we een lunchafspraak in Santa Teresa met een bevriende film- en televisieproducent en zijn gezin. Hij vertelt prachtige verhalen over zijn ervaringen met Argentijnen, één daarvan speelde zich af in het restaurant waar we elkaar treffen. Jaren geleden was hij betrokken bij het maken van een documentaire over de tango en op dit moment wacht hij op een uitnodiging voor de wereldpremière van de film die als werktitel “Costanera Norte” heeft. De titel verwijst naar de plaats waar het vliegveld Aeroparque van Buenos Aires is gevestigd en gaat over de inmiddels failliete luchtvaartmaatschappij LAPA, die daar haar basis had. Het zijn kleurrijke verhalen die hij ons in een van de kleurrijkste steden ter wereld verteld. Met de belofte zijn ervaringen op te zullen schrijven, nemen we afscheid van elkaar “Até de repente!- tot onverwacht!” Net zoals deze keer. Als we rekening hebben betaald en in de taxi naar het vliegveld willen stappen, komt de eigenaar van Hotel Imperial ons achterna. Hij omhelst mijn geliefde en ik krijg een paar stevige Braziliaanse klappen op mijn schouder “zien we jullie terug met Carnaval? Beschouw ons hotel voortaan alsjeblieft als jullie thuis in Rio!” Dat beloven wij zonder enige moeite. “Até logo - tot spoedig!” einde |