DAGBOEK RIO DE JANEIRO - 2 (1101004)

Woensdag, 31 december 2003. Rio heeft op oudejaarsdag een paar tradities waar je niet omheen kunt. De inwoners, de “Cariocas”, kleden zich op die dag bij voorkeur in het wit, gooien bloemen in zee en velen consulteren op het strand een Mãe Santa, een priesteres. Ze graven kuiltjes op het strand waarin kaarsjes worden gebrand en waar bloemen, drank en/of vruchten omheen worden gezet. Dat alles dient om geluk voor het nieuwe jaar af te dwingen. Ook al ben je katholiek, baat het niet, schaden doet het evenmin. Tegen middernacht trekken de Cariocas met honderdduizenden tegelijk naar Copacabana om daar op het strand het vuurwerk te gaan bewonderen. Wij hebben van tevoren kaartjes gekocht waarmee tussen tien en elf uur met de Metro naar Copacabana kan worden gereisd. Als we naar het station lopen, staat het bovengrondse verkeer al muurvast. De stadsbussen zitten stampvol, de ondergrondse niet minder. We lijken op de lemmingen die massaal richting strand trekken om zich in de zee te gaan storten. De krant “O Globo” heeft ze geteld en meldt op nieuwjaarsdag dat er ruim twee en een half miljoen mensen in Copacabana waren.

“Ik had sigaartjes voor je meegebracht, maar die zijn door mijn vrouw aan haar Pai Santo gegeven.” Vervolgens wordt aan een belangstellende vragensteller uitgelegd dat dit een soort “voodoopriester” is. Mijn geliefde en ik wisselen een blik van “wij weten wel beter” maar zeggen niets. Wij kennen voodoo van nabij uit het West-Afrikaanse Benin, een buurland van Nigeria, waar voodoo een officieel erkende godsdienst is. Daar bezochten we in het stadje Ouidah wel eens een voodootempel die letterlijk in de schaduw van de katholieke kathedraal lag. Ouidah was ooit de grootste uitvoerhaven van slaven naar de nieuwe wereld. Met die slaven werd hun godsdienst uitgevoerd. “Voodoo” uit Dahomey en “Ifa” uit de Yoruba koninkrijken. De invloed van de traditionele Yoruba godsdienst is nog steeds erg groot in Brazilië. De op “Ifa” geënte Candomblé en Umbanda vinden hun adepten vooral onder de Afro-Brazilianen.

Beladen met bloemen en andere offerandes voor Yemanjá, de Godin van de Zee, gaan de vissersboten van Salvador de Bahia op nieuwjaarsdag de zee op. In Rio worden de offerandes op oudejaarsdag vanaf het strand in zee gegooid of worden er kleine altaartjes gebouwd waar de offerandes omheen worden gelegd. Bij opkomend tij spoelen die dan vanzelf de zee in. Buitengewoon praktisch. Als wij richting strand wandelen, worden in de straten van Copacabana de laatste bloemen verkocht. Het zijn vooral witte gladiolen en witte rozen. De laatste keer dat ik zoveel gladiolen zag, is tientallen jaren geleden bij de intocht van de wandelaars op de slotdag van de Nijmeegse vierdaagse. Degene die de sigaartjes aan de voodoopriester zou hebben gegeven, een Afro-Braziliaanse, legt aan mijn Nigeriaanse geliefde uit dat het consulteren van een Mãe Santa, het in zee gooien van bloemen en alle andere offerandes niets om het lijf heeft. Het is een traditie, meer niet. Eenmaal op het strand moet ze hoe dan ook richting vloedlijn om de meegebrachte bloemen in zee te gaan gooien, maar het betekent echt helemaal niets.

Het vuurwerk is inderdaad spectaculair. Het wordt afgestoken vanaf een paar schepen die vlak voor de kust liggen. Toen wij in Rio woonden, bleven we gewoon op ons “eigen” strand, dat van Leblon. Ik houd niet zo erg van opeengepakte mensenmassa’s vol met zakkenrollers en ander geboefte. Goed dat ik het polsbandje van mijn digitale camera om mijn pols heb gedaan. Er wordt een snelle poging gedaan de camera uit mijn handen te rukken. Het polsbandje is sterker dan de dief, zo blijf ik eigenaar van camera. De dief krijgt een enorme trap onder zijn kont en verdwijnt in de massa. Zodra het vuurwerk is afgelopen, begint het te regenen. Voor ons gevoel hoort ook dat bij de tradities, want in de jaren dat wij hier woonden, regende het steevast met oud en nieuw.

Donderdag, 1 januari 2004.. Op de eerste dag van een nieuw jaar is er waar ook ter wereld weinig te beleven. Het is de internationale dag om bij te komen van “the night before.” Een goede gelegenheid om de Catedral de São Sebastião do Rio de Janeiro te bezoeken. De naar de beschermheilige van Rio vernoemde kathedraal staat in het centrum aan een uiteinde van het aquaduct van Lapa. Aan de overkant is het hoofdkantoor van een andere Braziliaanse grootmacht gevestigd, dat van de staatsoliemaatschappij Petrobras. Rondom de kerk is een groot betaald parkeerterrein. De ruimte midden in de stad is een ideale plek om te parkeren en het leverde en levert goed geld op. Met wat de parkeerplaats opbracht, werd de bouw van de kathedraal gefinancierd. Nu het gebouw er staat, is er weliswaar minder plaats voor auto’s, maar het geld stroomt onverminderd binnen. Pragmatisch Rooms kapitalisme!

Jarenlang ben ik er vast van overtuigd geweest dat de kathedraal door mijn favoriete Braziliaanse architect Oscar Niemeyer was ontworpen. Het gebouw, dat meer op een traditionele Mayatempel dan op een katholieke kerk lijkt, werd echter ontworpen door Edgar Fonceca. Het bedehuis ziet er aan de buitenkant afzichtelijk onaantrekkelijk uit. Het is opgetrokken uit een zwarte steen of zwart geverfd beton, dat aan vier kanten wordt onderbroken door iets dat op de trappen lijkt die zo karakteristiek zijn voor de tempels van de Maya indianen. Het zijn beslist geen trappen, maar 64 meter lange kleurrijke gebrandschilderde ramen, die vanuit de punten van een doorzichtig kruis in het dak van de kerk tot aan de bovenkant van de ingangen lopen. Als je de kathedraal niet binnen zou gaan, zou je daar nooit achter komen, want alleen met het tegenlicht binnen is dat te zien. De kerk is heel erg ruim, veel groter van binnen dan het gebouw van buiten oogt, ook dat ontdek je pas als je er in staat. Bovendien is het binnen lekker koel, er waait zelfs zoiets als een koel briesje. Naast de obligate staties van de kruisweg, zijn er nog een aantal andere afbeeldingen van Jezus Christus. Jezus die midden in de kerk in de vrije ruimte boven het altaar aan een gigantisch kruis zweeft, zo lijkt het althans. Bij een van de ingangen staat een fors betonnen beeld met een vaas met roze rozen aan de voet. Zouden die er vorige week ter gelegenheid van Zijn verjaardag zijn neergezet? Naast het altaar wordt Zijn geboorte uitgebeeld door middel van een onvoorstelbaar lullige kerststal. Het stoort me enigszins. Hoort dit nu echt in deze serene sfeer thuis? In een katholieke kerk kennelijk wel.

’s Middags begint het te regenen, hard te regenen. Als we uit verveling naar de bar van het hotel gaan, is daar de Lyon afkomstige groep “Le Cri de la Bat” aan het oefenen. Zij zijn voor een korte slagwerkcursus naar Rio gekomen en zingen en spelen nu Franse deuntjes met een sambabeat. Het herinnert me erg aan de wat anarchistische manier van muziek maken van Michel Fugain et le Big Bazar. Wij hadden eerder aan de ontbijttafel een andere Michel ontmoet, Michel Lussat, die ons dit allemaal uitlegt. Een aardige Franse gozer die nu eens niet lullig doet over het gebruik van een verkeerd lidwoord of de verkeerde vervoeging van een gecompliceerd Frans werkwoord. Hij inviteert ons om later dit jaar in Lyon op bezoek te komen. Ik herinner me de Fransen uit Gabon en Nigeria die als je per ongeluk “le table” in plaats van “la table” zei, je bruusk de rug toekeerden en geen enkele moeite meer deden om te communiceren. Mijn geliefde, die Frans heeft gestudeerd en bij de Alliance Française en bij Elf in Nigeria heeft gewerkt, kan daar zeer stuitende verhalen over vertellen. Michel doet niet moeilijk, net zo min als de andere Fransen die we in het hotel ontmoeten. Zou er iets veranderd zijn in Frankrijk of betreft het hier slechts Fransen die blij zijn om ver van huis in hun eigen taal, hoe onvolmaakt ook, te kunnen kletsen?

Vrijdag, 2 januari 2004. We boffen. De tentoonstelling “Arte da África - Kunst uit Afrika” die in het Culturele Centrum van de Banco do Brasil is te zien, is nog tot overmorgen open. De “Pronkstukken uit de collectie van het Etnografisch Museum van Berlijn” zijn een geweldig succes. Een Braziliaanse oud collega vertelt vol trots dat er in Rio nooit eerder een tentoonstelling is geweest die zo veel bezoekers heeft getrokken. Zeer terecht! Het is een mooi ingerichte expositie die meer dan de moeite waard is. ‘t Is meer West-Afrikaanse kunst dan iets anders. Voornamelijk stukken uit Nigeria, Kameroen en de beide Kongo’s, die van Brazzaville en Kinshasa. Niets uit Noord Afrika, erg weinig uit Oost en Zuidelijk Afrika. Wel een paar stukken uit Liberia en Guinee Bissau, die zie je niet zo vaak.

De zalen zijn thematisch ingedeeld: muziekinstrumenten, gebruiksvoorwerpen, het hof, maskers, enzovoort. Veel Benin bronzen voorwerpen. Het hoofd van de Oba, de koning, afbeeldingen van dieren en haast vanzelfsprekend de bronzen reliëfplaten. Bij ieder object hangt een bordje met een korte beschrijving van het voorwerp en waarvoor het diende, alsmede uit welke collectie het afkomstig is en wanneer het werd verworven. In een zaaltje waar 15 mooi uitgelichte platen hangen, begint het mij te dagen “adquirido 1898” of “adquirideo 1899.” Dat was kort nadat de Britten het Koninkrijk Benin hadden veroverd en het hof van de Oba van Benin hadden leeggeroofd. Toen de rekeningen voor de strafexpeditie tegen het Koninkrijk moesten worden betaald, zijn er grote hoeveelheden oorlogsbuit verkocht om de kosten te dekken. Zo kwamen het British Museum, het Berlijnse Museum en het Weense Museum voor Volkenkunde aan hun collectie Benin Brons. Het is niets minder en niets minder dan een collectie geroofd cultureel erfgoed! Uiteraard is er ook aardig wat afkomstig uit de voormalige Duitse koloniën in Afrika. Dat waren Zuid-West Afrika, nu Namibië, Duits Oost-Afrika, nu Tanzania, Kameroen maar veel groter dan tegenwoordig, Togo zelfde verhaal, Rwanda en Burundi. Het is vrijwel vergeten dat het Duitse Keizerrijk al haar Afrikaanse koloniën aan het einde van de Eerste Wereldoorlog als een soort oorlogsbuit moest afstaan aan de Volkerenbond. Die leverde deze door aan de Fransen, de Engelsen en de Belgen die het op hun beurt administratief “inlijfden” bij hun bestaande koloniën. Zo konden zij hun herstelbetalingen gaan verhalen op mensen die veelal niet eens wisten wat Duitsland was, laat staan waar het lag.

Erg speciaal is de zaal met de muziekinstrumenten. Daar staan de drums in ronde plexiglas kokers. Als je op de goede plaats naast zo’n koker gaat staan, komt uit het plafond de muziek die het instrument voortbrengt. Innovatief? Voor mij wel, ik heb het nog nooit eerder zo fraai gezien en gehoord. Geinig is een moderne vingerpiano, waarvan de toetsen van afgebroken ijzerzaagjes zijn gemaakt. In de centrale hall, normaal de speelruimte voor kinderen, staan rond een kaart van Afrika vijf grote trommelvellen opgesteld. Als je daarop slaat, wordt door de trilling een projector geactiveerd, die er dan een karakteristieke afbeelding van een kunstwerk van een Afrikaans volk op tovert. Groot en klein rammen er lustig op los, iets dat door het hele gebouw is te horen. De magie van de toverlantaarn gaat nooit verloren! In de boekenwinkel van het Centrum wordt namaak Afrikaanse kunst verkocht en, heel wat interessanter, veel boeken over de Afro-Braziliaanse cultuur en over de Afro-Braziliaanse godsdiensten. Het lijkt erop dat er de laatste paar jaar een golf van Afrobewustzijn door Brazilië is getrokken. Nooit eerder zag ik zoveel goede boeken over deze boeiende onderwerpen in één boekwinkel bijeen.

We lopen na afloop nog even bij het Casa França - Brasil binnen, een fototentoonstelling, niet veel aan. Het Culturele Centrum van de Posterijen toont een allegaartje beeldende kunst. Enigszins de moeite waard zijn slechts de “beelden uit mijn kinderjaren” van Sandra Guinle en de etsen van Glaé Macalás. Een paar straten verder staan we tot onze verassing opeens voor een oud huis met het uithangbord “Planeta Tango” en een gevelsteen met “MS” of SM” met een groot kruis er door. De Braziliaans tegenvoeter van de Tangokathedraal van Buenos Aires? Door deze toevallige ontmoeting keert ons thuis ver van huis plots in onze gedachten terug. Over een paar dagen wacht ons daar helaas weer de routine van alle dag.

slot volgt