DE OMGEKEERDE WERELD? - 4(2312003)

Argentinië ligt aan de andere kant van de wereld en volgens sommigen houdt de wereld er op. In Tierra del Fuego, in het uiterste zuiden, staat heel toepasselijk een bordje met “het einde van de wereld” erop. Soms krijgen wij de indruk dat het hier eerder de omgekeerde wereld is. Vandaag 21 december bijvoorbeeld. Het begin van de winter en de kortste dag in Europa. In Zuid Amerika het begin van de zomer en de langste dag. Hoewel, lang niet zo lang als in het noorden van Europa, van en uur of 6 ‘s ochtends tot een uur of half 9 ‘s avonds. De zomerkleding “collectie 2004” lag maanden geleden al in de winkels en in maart, na de zomervakantie, is het de beurt aan de wintercollectie 2004, een half jaar eerder dan aan de “bovenkant” van de wereld.

De zomer in Buenos Aires begint in 2003 met een “alerta metereologico” een waarschuwing dat er zware onweersbuien onderweg zijn. De televisieweerman geeft minutenlang tips over wat je wel en niet moet doen zodra de donderstorm begint. “Niet telefoneren met een draagbare telefoon” bijvoorbeeld want “dat trekt de bliksem aan.” Telefoneren in de buitenlucht kan namelijk nog gewoon aan de andere kant van de wereld. Iemand die kort geleden bij ons logeerde, was hoogst verbaasd te zien dat Porteños op straat ongegeneerd het mobieltje bij zich dragen én gebruiken. “In Nederland zou dat ding al lang zijn gejat” proclameerde hij. “Je mobiele telefoon zichtbaar aan je broekriem dragen of op straat gebruiken, is een uitnodiging om te worden bestolen” zo werd mij uitgelegd. Maar dus niet als het onweert, wat dat betreft gelden aan beide kanten van de wereld gewoon dezelfde regels.

Aan het “heure Africaine” raakte ik met vallen en opstaan gewend. Ergens op de afgesproken tijd verschijnen, was in Afrika eerder uitzondering dan regel. In Lagos was het verkeer de schuld, of de warmte of juist de regen. Daar kreeg je uitnodigingen met de ietwat mysterieuze tekst dat men werd genood te verschijnen “at 7.30 for 8 pm.” Voor iemand die zijn leven lang was verteld dat je vijf minuten te vroeg voor een afspraak moet zijn en nooit en te nimmer te laat, was dat behoorlijk afzien. Om 7.30 aanbellen betekende dat je de eerste was en de gastheren en vrouwen verbaasd waren je al zo vroeg te zien. Zij waren nog lang niet klaar om een gast te ontvangen. Om “8pm” was het al niet veel beter. Ten langen leste ging ik pas om 8 uur van huis, maar zelfs dan behoorde ik nog bij de eersten. Negen uur of half tien, dat was normaal. Hoewel iedere vezel in mijn lichaam zich daar lang tegen heeft verzet, paste ik me langzaam maar zeker aan. Dat heeft zo zijn voordelen op het zuidelijk halfrond. Kortgeleden beklaagde een buitenlandse collega zich. “Niemand komt hier op tijd en je moet maar afwachten of ze komen!” “l’Heure Americaine” bestaat dus ook. Dat uit zich trouwens ook op andere manieren. In Rio kun je bij de Unibanco 30 uur per dag bankieren, volgens de bank althans. In Buenos Aires zijn er aardig wat “quioscos”, kleine winkels van sinkel waar snoepgoed, sigaretten en was dies meer zij wordt verkocht, die groot “KIOSKO 25 HS” op de gevel hebben staan. Geen wonder dat wij en niet zij moeite met de juiste tijd hebben. De dag telt hier kennelijk 25 of zelfs 30 uren, terwijl de klok die daarbij hoort nog moet worden uitgevonden!

“Een zwaluw maakt geen zomer”ook niet in Buenos Aires. Terwijl aan de andere kant van de wereld de zwaluwen wegtrekken, verschijnen ze hier. En de ganzen die in november in Europa van de Noordpool naar het zuiden trekken, trekken hier rond dezelfde tijd van de Zuidpool naar het noorden. Ik vind dat die gakkende V formaties in de lucht de verkeerde kant opgaan, maar kennelijk weet een Zuidpoolvogel precies dat hij het tegengestelde migratiepatroon dient te volgen van zijn tegenvoeters in de omgekeerde wereld. Dat is hun vast door Darwin ingefluisterd toen die hier in de 19e eeuw rondzwierf.

En dan het onderwerpen “beleefdheid” en “dienstverlening.” Kort geleden kwam ik er achter dat er in Nederland een cursus bestaat voor landgenoten die na een langjarig verblijf in het buitenland naar het vaderland terugkeren. Die zijn namelijk totaal verziekt in landen waar beide begrippen nog bestaan en in de praktijk worden gebracht. Zelf herinner ik me een pijnlijk voorval van een paar jaar geleden op de Rotterdamse stadsmarkt. Gewend als wij in Afrika waren om op de markt zelf de vruchten of groenten uit te zoeken die we wilden kopen, wilde ik in Rotterdam hetzelfde doen. Toen de marktkoopman ergens achter zijn rug de druiven pakte die hij mij wilde verkopen, terwijl ik de druiven die voor mijn neus lagen wilde, zei ik tegen hem “ik wil deze hier.” “Jij kan alleen maar kopen, wat ik je wil verkopen” was zijn reactie “je neemt deze of niets anders!” “Stik jij maar lekker in je druiven” riep ik boos. Mijn geliefde begreep er niets van en uitleggen kon ik het op dat moment niet. Nu kan je gelukkig op een cursus om je weer aan te passen aan je eigen zeden en gewoonten. Inburgering voor Nederlanders. Zou het ooit zover komen? Terwijl ik in alle buitenlanden waar ik heb gewoond me zonder al te veel moeite heb kunnen aanpassen, zou het vaderland dit voor mij in petto hebben? “O Nederland, O Nederland, jij vies, koud, kaal kolereland” dichtte en zong Jan Cremer, mijn favoriete auteur in de jaren zestig. Dat we nog maar lang en onaangepast in de omgekeerde wereld mogen blijven wonen.