Klik hier voor meer foto's>>>>

STRAATROOFKUNST? (25022003)

Zonder te weten wat er te zien is, loop ik het Culturele Centrum van Recoleta binnen. Er wordt hier geen entree geheven, dus wat let me. De combinatie van zomervakantie en zaterdagmorgen garandeert haast dat er meer zaalwachten zijn dan bezoekers en het tentoongestelde werk rustig kan worden bekeken. Ik ben zelfs de enige bezoeker van de exposities die ik bekijk. Hoewel ik betwijfel of de conservatoren het zo hebben bedoeld, lijkt het er sterk op dat februari de Maand van de Straatkunst is.

In de grote zaal is onder auspiciën van het Ministerie van Cultuur van de Stad Buenos Aires de tentoonstelling "Arte y Calles - Kunst en Straten" ingericht. "Afiches para vía pública - aanplakbiljetten voor de openbare weg" luidt de ondertitel. Ik moet bekennen dat ik wat heb met de affiches van Buenos Aires. De ontwerpen zijn overwegend kleurrijk en origineel. Ze zien er meestal uit alsof de grafische vormgevers absoluut geen last hebben gehad van een over hun schouders meekijkende opdrachtgever. Bovendien blijf ik via de groene reclamezuilen, die overal in de stad staan, aardig op de hoogte van culturele evenementen en van de sociale agenda van de stadsregering. Deze week is het thema het respecteren van rode stoplichten en de maximumsnelheid, waarvan het doel is de Porteños alvast aan het idee te laten wennen dat er binnenkort opnieuw flitspalen en roodlichtcamera's zullen worden geïnstalleerd.

Jammer genoeg valt de inrichting van de tentoonstelling nogal tegen. De grote expositieruimte is als het ware omgetoverd tot één groot affiche. Alle wanden zijn van links naar rechts en van de vloer tot aan het plafond bekleed met opgeblazen, glanzend afgedrukte en slecht uitgelichte affiches. Terwijl ze er eenzaam op een reclamezuil gewoonlijk zo aardig uitzien. Maar ja, als de opdrachtgevers voor de ontwerpen, de inrichters van de tentoonstelling én de beheerders van het Culturele Centrum allemaal collega ambtenaren van hetzelfde Ministerie van Cultuur zijn, dan krijgt de normaal zo kritische blik kennelijk even rust.

Veel wordt er goed gemaakt met de aanplakbiljetten die in de zalen 4, 5 en 6 zijn te zien, maar die zijn dan ook heel bijzonder. Hier exposeert de in 1926 geboren Franse kunstenaar Jacques Villeglé, die zichzelf in de toelichting bij de tentoonstelling als "saqueador de afiches rasgadas" beschrijft. Dit betekent vrij vertaald zoiets als "plunderaar van afgescheurde aanplakbiljetten." Al ruim vijftig jaar houdt Villeglé zich bezig met deze vorm van kunst en sinds 1957 is zijn werk al meer dan 150 keer in Europa en de VS geëxposeerd.
Als jong kunstenaar begon Villeglé met het jutten van afvalmateriaal van de Atlantikwal. Het betonijzer gebruikte hij voor het maken van metalen constructies. In 1949 begon hij in Parijs, samen met de fotograaf Raymond Hains, aanplakbiljetten te bewerken. Ze scheurden stukken of lagen van de destijds kennelijk dik over elkaar heen geplakte affiches af. Aldus ontstonden de eerste "affiches déchirées of affiches lacérées - (af-)gescheurde affiches" die door de kunstenaars als "schilderijen van de straat" werden beschouwd. Villeglé wordt soms "décollagiste" soms "affichiste" genoemd. Hains noemde zichzelf ooit heel toepasselijk een "inaction painter."

Een groep kunstenaars die zich rond de Franse kunstcriticus Pierre Restany hadden verzameld en die de dagelijkse realiteit tot kunst wilden verheffen, publiceerden in 1960 in Parijs het Manifest van het Nieuwe Realisme. Tot de ondertekenaars behoorden naast Villeglé en Hains onder andere Jean Tinguely, Yves Klein en Daniel Spoerri, later zouden Christo en Niki de Saint-Phalle zich bij hen aansluiten. Een diverse en interessante groep kunstenaars. Als de dag van gisteren herinner ik mij de body painting performances van Yves Klein en de discussie die deze losmaakten. Mooie jonge vrouwen die onder toezicht van Klein hun lichaam met verf insmeerden en daarna tegen een doek drukten. Kunst of een grap? Of het inpakken van gebouwen en bruggen door Christo of de "stillevens" van Daniel Spoerri. Die plakte alle voorwerpen die op een gedekte tafel lagen daaraan vast en hing de tafel vervolgens als een kunstwerk aan de muur.

De inmiddels bejaarde Villeglé moet zich in Buenos Aires in een paradijs op aarde hebben gewaand. Met de Presidentsverkiezingen in aantocht wordt er mede via aanplakbiljetten een felle politieke strijd gevoerd. Uit eigen ervaring weet ik, dat een wildgeplakte affiche nog dezelfde dag moet worden gefotografeerd, omdat die vrijwel zeker 's nachts weer zal worden overgeplakt. Villeglé is driftig aan het scheuren geweest en heeft zich zo te zien ouderwets uitgeleefd. Ruim de helft van de tentoongestelde werken zijn recent in de stad ontstaan. Geheel volgens de traditie van het Nieuwe Realisme geven de werken een beeld van wat er zich op dit moment in Argentinië afspeelt en zijn tegelijkertijd fraaie collages. Een heel wat betere manier om affiches te tonen dan de cultuurambtenaren vlakbij doen. Maar of ik het wil of niet, blijft er na het bekijken van de "afiches rasgadas" en het lezen van de documentatie één vraag door mijn hoofd zeuren: "Is het oeuvre van Villeglé nu van hemzelf of is het een andere vorm van roofkunst?" Straatroofkunst wellicht?


© Jacques de Rhoter

Printversie