DAG VAN DE IMMIGRANT (15102003)

Op zondag 12 oktober wordt herdacht dat Columbus in 1492 Amerika ontdekte. Het is een feestdag die in vrijwel alle landen op het Amerikaanse continent wordt gevierd. In de VS is het “Columbus Day”, in de meeste Spaans sprekende landen is het “Día de Colón”, in Argentinië is het de “Día del Inmigrante - Dag van de Immigrant.” Nou dat feest kan dus door vrijwel alle Argentijnen vol overgave worden gevierd. Degenen die hier voor de kolonisatie en massale immigratie vanuit Europa woonden, werden deskundig uitgeroeid. “Etnische zuivering” bestond al eeuwenlang voordat het woord werd bedacht.

De feestelijkheden in Buenos Aires vinden plaats rond het Museo Nacional de la Inmigración - het Nationale Immigratie Museum. Het is de Argentijnse tegenvoeter van het New Yorkse Ellis Island, de plaats waar honderdduizenden landverhuizers per boot arriveerden Ze waren op zoek naar een betere toekomst, zo niet voor zichzelf, dan in ieder geval voor hun nageslacht. Het Museum heeft niet veel te bieden. Het gebouw waarin immigranten gedurende de eerste dagen na hun aankomst onderdak werd geboden, is behoorlijk verwaarloosd. De comedor - de eetzaal van toen, is nu de belangrijkste expositieruimte waarin door middel van foto’s en verklarende teksten een beeld van de immigratie door de eeuwen heen wordt gegeven. Lange tafels met banken en stukken brood erop, erboven een grote foto van hoe het er lang geleden uitzag. Iets verderop wat medische apparatuur. Iedere nieuwkomer werd uitgebreid onderzocht, aan zieken had het land geen behoefte. Er hangt een soort kast die werd gebruikt om de ogen te testen “Otto Hess S.A.” was de fabrikant. Familie van Rudolf?

In een afgescheiden ruimte hangen foto’s, teksten en statistieken. Ongelooflijk! In Italië publiceerden de scheepvaartmaatschappijen die immigranten vervoerden in 1902 een handleiding met de “10 geboden voor de immigrant.” Zoals bijvoorbeeld: “iedere vrouw, een dame zowel als een wasvrouw, spreekt men aan met “señora.” Een vrouw aanspreken met “donna” kan niet. Dat is zoiets als “hoer.” Andere tip: “Men rookt niet in de tram. Het bordje “está prohibido salviar” betekent “niet spugen.“ Van pruimtabak, zo vermoed ik. Of: “Op straat loop je op het trottoir. Doe je dat niet, dan beschouwt men je als een bedelaar!” Of “In een café of restaurant trekt men de aandacht van de bediening door twee keer in de handen te klappen en “ober!” te roepen. Je vraagt niet om aandacht door op de tafel te slaan of tegen je glas.” Tips waardoor je ongetwijfeld vlot aardde in je nieuwe thuisland.

Rond een opstelling van koffers, manden en tassen, die willen laten zien hoe immigranten in Argentinië arriveerden, luister ik met aandacht naar oudere mensen die elkaar spontaan beginnen te vertellen over hoe het toen was. Aankomen in een vreemd land zonder de taal te spreken. Te moeten verblijven in enorme slaapzalen met stapelbedden, vrouwen en mannen gescheiden. Privacy? Niet zeuren mevrouw! De treden van de trappen naar de hoger gelegen verdiepingen zijn uitgesleten en zijn stille getuigen van toen. Er is echter ook een protest aan de gang. Nazaten van de oorspronkelijke bewoners van Argentinië protesteren bij het Parlement. In het Museum zijn het de nazaten van immigranten die zich te kort gedaan voelen. Zij hebben met oude kranten een uitvergrote versie van met papier gevouwen bootjes gemaakt, die ze op kleine steekwagentje rond rijden. De bootjes symboliseren de scheepjes waarmee Columbus de Atlantische Oceaan overstak. Dat was het begin van de immigratie, nietwaar? Ze worden met de nek aangekeken. De andere bezoekers doen geen enkele moeite om te begrijpen waar dit over gaat. Zij zijn hier naar toe gekomen om feest te vieren!

Op het voorterrein van het museum is er een braderie. Op een podium herinnert men zich zijn afkomst. Zang en volksdansen. Een beeld oproepen van een ver land dat men nog nooit heeft gezien en waarvan men de taal niet meer spreekt valt niet mee. Veel eten en drinken, veel klederdrachten. Veel Italiaanse en Spaanse streken, veel Balkan, veel Duitsland, maar ook Syrië, Egypte, Iran en Irak en Schotten in hun geruite rokjes. Ik eet Egyptische souflaki, een Chileens broodje kalkoen en spoel een superzoet pindakoekje uit de Dominicaanse Republiek weg met bier uit Duitsland. De Cubaanse stand heeft een hoog Che Guevara gehalte, ondernemende Nigerianen verkopen Suya, gerokte Schotten Engelse les.

Tevergeefs zoek ik naar de Nederlandse vertegenwoordiging. Zaterdag stond er in de NRC nog hoe in Buenos Aires het ontzet van Leiden werd gevierd. Alle haring, wittebrood en jenever zijn daar kennelijk al opgegeten en opgedronken. Het wachten is op het ontzet van Groningen. Werd dat niet met hutspot gevierd? Of zijn wij gewoon heel erg goed in het assimileren en onze afkomst vergeten? Anderen vergeten hun afkomst beslist niet. Zij worden er zelfs nadrukkelijk aan herinnerd, zoals even voorbij de uitgang van het feestterrein. Daar is tussen twee bomen een spandoek gehangen met de tekst “Ciudadania Italiana - Italiaans Staatsburger? Bel …..……” Zo worden de nazaten van de immigranten aangemoedigd om, net als hun voorouders, emigranten te worden.