|
DEEP IN THE HEART OF TEXAS (25092003) Zaterdagavond 10 uur. Twee uur voordat op het zuidelijk halfrond én in Buenos Aires het voorjaar begint. “Miami 7.124 kilometer” staat er op het beeldscherm als het vliegtuig naar de startbaan taxiet. Bij de landing in Miami, voor dag en dauw op zondagmorgen, regent het. Dat is precies zoals het hoort. Op het noordelijk halfrond is om middernacht immers de herfst begonnen? Tijdens de vlucht draait de film “Down with love - a romantic comedy.” Die gaat, zoals het een romatic comedy betaamt, absoluut nergens over. In de openingsscène krijgt een journalist de opdracht “om dan maar in Argentinië naar Nazi’s te gaan zoeken.” Het is vandaag al de tweede keer dat dit onderwerp onverwacht ter sprake komt. Onze eerder op de dag gearriveerde logee met Duitse achternaam nam nauwelijks de tijd om van zijn lange reis bij te komen. Zijn prioriteit was om in het telefoonboek van Buenos Aires naar naamgenoten te zoeken. “Je weet toch wel dat er na de Tweede Wereldoorlog veel Nazi’s naar Argentinië zijn gevlucht?” Dat weet ik maar al te goed! Miami betekent wachten en Spaans, de meest gesproken taal in die stad. Beide kosten me geen enkele moeite. Op uren in de rij te moeten staan, was ik mentaal voorbereid. Sinds 11 september 2001 zijn de Verenigde Staten ietwat paranoïde wat hun veiligheid betreft. Collega’s, die een paar weken eerder via Miami naar Buenos Aires waren gereisd, hadden me ruim van te voren gewaarschuwd. “Hoeveel tijd heb je tussen je vluchten? Drie uur? Als je dat maar haalt!” Het valt allemaal reuze mee. Zondagmorgen even na vijf uur is gelukkig niet het drukste moment van de dag. De “visa waiver” waarop houders van een Nederlandse paspoort recht hebben, stelt niets voor. Je staat in dezelfde rij als degenen zonder. Zij moeten een wit formulier invullen, wij een groen. In minder dan een half uur ben ik door alle controles en haal mijn vlucht naar Houston met het grootste gemak van de wereld. In Houston regent het nog veel harder. Het ziet er herfstachtig grauw uit, de temperatuur is echter aangenaam klam. Geen wonder dat er hier honderdduizenden Nigerianen wonen, ’t is net Lagos. Qua temperatuur welteverstaan. Latino’s wonen er ook zat. Op het vliegveld worden alle boodschappen in het Engels en het Spaans omgeroepen. Onderweg naar mijn eindbestemming zie ik langs de snelweg veel reclameborden met “Hablamos Español” of met een volledig Spaanse tekst. Eenmaal in mijn hotel aangekomen, is het van hetzelfde laken een pak. Toch wel handig dat ik de taal noodgedwongen heb moeten leren spreken. “Will you all raise and take off your caps for the national anthem.” Dat voor het begin van de wedstrijd de “Star Spangled Banner” wordt gezongen is tot daar aan toe. Wat ik echter niet begrijp is waarom er tijdens de versregels “And the rockets' red glare, the bombs bursting in air. Gave proof through the night that our flag was still there” luid ontploffend bengaals vuurwerk dient te worden afgestoken. Tot dan had ik het best indrukwekkend gevonden om tussen al die hun hand op hun hart houdende Amerikanen te staan, maar dat vuurwerk. Nee, dat gaat me net iets te ver. Voor het eerst van mijn leven bezoek ik een echte Amerikaanse honkbalwedstrijd. In Rotterdam ben ik in mijn jonge jaren nooit verder gekomen dan de honkbalafdeling van Feijenoord, die op de bijvelden tegenover het Stadion speelde. Hun werper (pitcher) was destijds Marcel Bruijns, met wie ik een half jaar lang een cursus boekhouden volgde. Hij stopte, ik ging nog jaren lang door. Hij was dan ook een stuk beter thuis in het werpen van de honkbal, dan in debet en credit. Verder was het gewoon een alleraardigste gozer. De Houston Astros spelen tegen de San Francisco Giants. Ondanks dat er deze week iedere dag een wedstrijd wordt gespeeld, is het stadion, dat plaats biedt aan 42.000 toeschouwers, goed gevuld. Het loopt tegen het einde van het seizoen en de Astros hebben een redelijke kans om zich voor de “play offs - de wedstrijden om het kampioenschap” te plaatsen Het is lekker nazomerweer, een verademing na de winterse kou van Buenos Aires. Met drie collega’s ben ik aan het werk in Houston. Onze gastheren hadden ons de keus gegeven tussen dineren of naar de “ball game” gaan. Die keus was niet moeilijk. De kwaliteit van de Amerikaanse keuken staat nu eenmaal minder hoog aangeschreven dan de kwaliteit van het Amerikaanse honkbal. Eigenlijk maken we dus overuren in het honkbalstadion, maar ik kan me een minder aangename werkplek bedenken dan “section 109, row 37, seat 22.“ Het is een feeëriek stadion, waarin al naar gelang het weertype met het dak open of dicht kan worden gespeeld. Vanavond is het open Wij zitten tegenover een gigantische beeldwand, waarop de speler die aan slag is groot wordt afgebeeld met eronder een samenvatting van zijn prestaties in het lopende seizoen. Naast het scorebord loopt de ticker van de effectenbeurs en staan de prijzen van ruwe olie en aardgas genoteerd, handig voor de toeschouwers die nog even wat aandelen willen kopen of verkopen. Een honkbalwedstrijd bestaat uit 9 slagbeurten voor beide partijen, die een “inning” heten. Tussen de slagbeurten door, als er op de televisie reclame wordt uitgezonden, gebeurt er van alles en nog wat in het stadion. Er worden prijzen uitgereikt, geliefden worden door het oog van de camera’s gevangen en verschijnen groot op de beeldwand. Zij worden geacht elkaar op dat moment te zoenen. Grote hilariteit als de spelersbank van de “tegenpartij” in beeld wordt gebracht. Als de spelers het in de gaten krijgen, weten ze niet hoe snel ze bij elkaar uit de buurt moeten komen. Op hun gezichten staat “gadverdamme” geschreven. Zelfs een speelse omhelzing kan er niet af. Spelbedervers! Zij zijn niet de enigen die weglopen. Als buitenstaander vraag ik me zelfs af of de honkballiefhebbers hier zijn om naar de wedstrijd te kijken of om te eten en te drinken. Wij zitten wat hoger in de eerste ring waar ons het zicht op de wedstrijd voortdurend wordt ontnomen door de fans die tussen de buffetten en hun stoel heen en weer pendelen met flinke hoeveelheden eten en drank. Geen wonder dat er in de USA zoveel “gewichtige” mensen rondlopen. Ondanks dit alles kunnen we de wedstrijd toch volgen, overal hangen beeldschermen waarop de wedstrijd is te zien, terwijl op de beeldwand de belangrijkste spelmomenten worden herhaald. Zelfs op de toiletten hoef je niets van het spektakel te missen, daar klinkt een ooggetuige verslag via de radio! Onze gastheer houdt van weddenschappen. Wij worden verzocht om iedere halve inning een dollar in de pot stoppen. Tijdens de slagbeurt bewaart een van ons het geld. Je wordt de winnaar van de pot als er tijdens die slagbeurt een homerun wordt geslagen of aan het einde ervan de bal op de werpheuvel wordt gegooid. Zo niet, dan wordt er een dollar bijgelapt en krijgt de volgende deelnemer een kans. Wij doen net of zoiets heel gewoon is. Het maakt de wedstrijd in ieder geval minder saai. De Astros lopen al snel een 2 - 0 achterstand op, halen in en nemen zelfs een 3 - 2 voorsprong. Even later is het weer gelijk 3 - 3. Die stand blijft innings lang op het scorebord staan. De wedstrijd begint inderdaad wat eentonig te worden, geen van de teams durft risico te nemen. Het publiek moet wakker blijven en dat bereik je onder andere door tussen twee slagbeurten keihard “Deep in the heart of Texas” uit de luidsprekers te laten schallen. Tussen de versregels wordt er enthousiast ritmisch geklapt en het refrein wordt uit volle borst meegezongen. The stars at night - are high and bright Klap, klap, klap, klap Deep in the Heart of Texas The prairie sky is wide and high Klap, klap, klap, klap Deep in the Heart of Texas Het wordt tijd om het stadion te gaan bekijken. Achter de tribunes een brede wandelstraat met aan beide kanten fast food restaurants, geldautomaten en winkels die alle denkbare kledingstukken met “Astros” of met een gestileerde "A" en de Texas Lone Star, het clublogo, erop verkopen. Gouden handel. Honkbalpet US$ 25, eenvoudig T-shirt US$ 25, poloshirt US$ 49. Tot en met babykleding met logo is er te koop. Eten en drinken zijn navenant duur. Een glas bier kost US$ 6, een Pepsi US$ 3,50, een hot dog US$ 5,50 enzovoorts. Op de tweede ring de skyboxen, op de derde en vierde de goedkopere zitplaatsen. Een zitplaats op de vierde ring kost US$ 5, eigenlijk heb je daar een veel mooier overzicht op het spel, dan vanaf onze US$ 30 kostende plaatsen. Het eten en drinken is echter op alle verdiepingen even duur. Drie uur nadat de eerste bal werd geworpen, begint de laatste slagbeurt. Het is even na 10 uur, het publiek begint het stadion te verlaten. Wij moeten nog terug naar ons buiten de stad gelegen hotel en morgen weer vroeg aan het werk. Onderweg naar de auto klinkt gejuich op. Hebben de Astros gescoord? Als we de autoradio aanzetten blijken de Giants aan de winnende hand te zijn. In hun laatste slagbeurt scoren ze drie keer. De collega die ons terug rijdt, een fanatieke Astros fan, kan het niet langer aanhoren en schakelt door naar een andere zender. Houston in het donker lijkt in de verste verte niet op de dynamische met de ruimtevaart verbonden stad Waren “Houston, the Eagle has landed” niet de eerste woorden die Neil Armstrong sprak toen hij in 1969 met dit ruimtevaartuig op de maan landde? Autorijden in Texas is buitengewoon eentonig. Al die “highways” en “freeways” zijn dusdanig aangelegd dat je nooit eens mensen ziet lopen of fietsen of woonhuizen kunt binnenkijken. Het enige dat mij in deze zwaar gemotoriseerde maatschappij enigszins aan de echte wereld herinnert, is de Japanse middenklasseauto van het model “Maxima.” Iedere keer als ik er een zie, denk ik even aan Nederland en iets langer aan Buenos Aires. Op afstand bezien opeens een stad met gezellig lawaaierige straten vol met voetgangers, bussen en auto’s. Daar kom je op straat Máxima´s tegen van het model dat veel beter oogt en ruikt. Die op twee benen, die vaak zo’n lekkere parfumgeur om zich heen hebben hangen. Stukken aangenamer dan het naar benzine stinkende model op vier wielen! |