SOMS HERINNERT ARGENTINIË MIJ AAN AFRIKA 10 - GEBOORTEBEWIJS (13042003)

Argentinië lijkt beslist niet op Afrika, het tegendeel is eerder waar. De bevolking is bijna 100% blank en laat te pas en vooral te onpas weten van Europese afkomst te zijn, zelden kom ik op straat een donker gekleurde medemens tegen. De zon schijnt ook veel minder en als het regent, voelt het regenwater aan als een koude douche. Lang niet zo lekker als een lauwe tropische regenbui. Zeker, de corruptie schijnt groot te zijn, maar aan de andere kant is er een goede en functionerende infrastructuur. De Argentijnen laten zich er graag op voorstaan in het meest Europese land van Latijns Amerika te wonen en hebben er alles aan gedaan om Buenos Aires zoveel mogelijk op Parijs te laten lijken: brede boulevards en statige huizen. Ondanks dit alles gebeuren er regelmatig dingen die mij aan Afrika herinneren, zoals deze week.

“Volgens mijn papieren ben ik 61, maar in werkelijkheid ben ik al 65 jaar” bekende de graag pratende taxichauffeur. Zijn lange verhaal was doorspekt met “lunfardo”, het beetje platte Spaans van Buenos Aires. Daardoor begreep ik niet meer dan de helft en moest de rest uit de context zien op te maken. Deze week had ik dezelfde chauffeur weer eens en vroeg hem om het verhaal opnieuw te vertellen in de hoop nu de rest ook te zullen begrijpen. Wat hij vertelde kwam mij aangenaam bekend voor.

In Argentinië bestond al vroeg een verplichte geboorteregistratie, maar als je ver van de stad woonde, dan maakte je je daar niet al te druk om. Bovendien was het niet alleen veel te duur om iedere keer naar de stad te reizen, door de middeleeuwse arbeidsverhoudingen was het nauwelijks mogelijk. Alle dagen werken en nooit vakantie. ”Mijn vader dacht dat ie voor de gek werd gehouden toen hem werd gezegd dat hij voortaan niet meer op zondag hoefde te komen werken” vertelde mijn collega Ana kort geleden. Dat was een maatregel van President Perón. Uit dankbaarheid stemt de familie tot op de dag van vandaag zonder enige aarzeling op de Peronistische Partij. Geboortes aangeven deed je als het zo uitkwam. Er stond echter een boete op te late aangifte, dus gaf je als datum een dag op die zodanig was gekozen dat je de boete ontliep. Tot eind 1940, begin 1950 was dit op het platteland kennelijk heel gewoon. Zodoende was de chauffeur pas 4 jaar na zijn geboorte officieel ter wereld gekomen.

Als je uit het qua bevolkingsadministratie strak georganiseerde Nederland komt, is het elders soms wel even wennen. Dat overkwam mij toen ik in Gabon, personeelsgegevens ging controleren en als geboortedatum “vers 1938 - ongeveer 1938” zonder dag en maand tegenkwam. Dezelfde “ongeveer” medewerker had voorts twee baby’s binnen vijf maanden aangemeld. Groen als ik was, deed ik navraag. Twee baby’s binnen vijf maanden kon ik niet rijmen met het feit dat een zwangerschap ongeveer negen maanden duurt. Was ik meteen al een fraude op het spoor? De secretaresses, bij wie ik navraag deed, lachten me hartelijk uit “Mais Monsieur, ici c’est l’Afrique! Die baby’s zijn niet van dezelfde vrouw. De ene is van zijn echtgenote in het dorp en de andere van zijn vriendin hier in de stad.” Het bedrijf had een zeer soepele ziektekostenregeling, voor ieder erkend kind werd gezorgd. Een paar maanden later zou ik ontdekken dat het wettelijk mogelijk was om in Gabon monogaam of polygaam te huwen. De ambtenaar van de Burgerlijke Stand vroeg voor het jawoord aan de bruidegom om te bevestigen wat het moest worden, om er aansluitend op te wijzen wat dat inhield. Monogamen kregen een trouwboekje met een rode kaft, polygamen kregen hetzelfde boekje met een groene kaft. Die symboliek vond ik best geinig.

In Nigeria bestond lang geen verplichte geboorteregistratie, dat was weer zo’n een blanke uitvinding. Je geboortedatum toon je aan met een “sworn affidavit” een beëdigde verklaring. Daarin verklaar je zelf of één van je ouders, op welke datum en waar je werd geboren. Stempel van de Rechtbank erop, klaar is kees. Slimmeriken smokkelden wel eens wat. Op een cursus van mijn werkgever ter voorbereiding op de pensioenering, kwam ik regelmatig erg jeugdig ogende bijna “senioren” tegen. “Jij bent hier minstens vijf jaar te vroeg”! zei ik eens tegen zo’n jongere. Die reageerde verbijsterd met “hoe weet jij dat nou?” Hij gaf ruiterlijk toe dat ie spijt had als haren op zijn hoofd, dat er in zijn beëdigde verklaring een wat “eerdere” geboortedatum stond. “Toen dacht ik handig te zijn en vijf jaar eerder van mijn pensioen te kunnen gaan genieten, had ik het maar nooit gedaan.” Zelfs in Nigeria komt berouw pas na de zonde.

Mijn Nigeriaanse geliefde heeft een door haar moeder afgelegde beëdigde verklaring. Toen wij in 1995 ons huwelijk in wilden inschrijven, meldde de Haagse ambtenaar dat het een nutteloos document was, want “in Nigeria bestaan geboortebewijzen.” Als geboortedatum werd 00-00-00 ingeschreven. Eind vorig jaar overlegden wij een verklaring van de Nigeriaanse autoriteiten, dat toen ze werd geboren er echt geen geboortebewijzen bestonden. Ondanks de verificatie en legalisatie door de Nederlandse Ambassade en ondanks een Koninklijke Besluit waarin de geboortedatum staat, was het weer niet goed genoeg. “Alleen de Rechter kan mij dwingen uw geboortedatum in te schrijven!” Zo blijft zij officieel altijd even jong. Wat een taxirit in Buenos Aires al niet aan Afrikaanse herinneringen kan oproepen!