|
SOMS HERINNERT ARGENTINIË MIJ AAN AFRIKA 11 - SAN ÑOQUI (01092003) Argentinië lijkt beslist niet op Afrika, het tegendeel is eerder waar. De bevolking is bijna 100% blank en laat te pas en vooral te onpas weten van Europese afkomst te zijn, zelden kom ik op straat een donker gekleurde medemens tegen. De zon schijnt ook veel minder en als het regent, voelt het regenwater aan als een koude douche. Lang niet zo lekker als een lauwe tropische regenbui. Zeker, de corruptie schijnt groot te zijn, maar aan de andere kant is er een goede en functionerende infrastructuur. De Argentijnen laten zich er graag op voorstaan in het meest Europese land van Latijns Amerika te wonen en hebben er alles aan gedaan om Buenos Aires zoveel mogelijk op Parijs te laten lijken: brede boulevards en statige huizen. Ondanks dit alles gebeuren er regelmatig dingen die mij aan Afrika herinneren, zoals deze week. Op de 29ste dag van de maand eten veel bijgelovige inwoners van Buenos Aires ñoquis (gnocchi). Het is een gerecht dat wordt bereid van deeg en aardappelpuree met vlees en tomatensaus, dat in Nederland soms als “deegkussentjes” in het kookboek staat. Voor het eten dient er een bankbiljet onder het bord te worden gelegd. Dat brengt namelijk geluk! Veel restaurants in het centrum hebben op de “Dia de Ñoquis”, zoals de 29ste bekend staat, gnocchi als dagschotel. Het nuttige met het aangename verenigen, lekker eten én geluk afdwingen. Argentijnser kan het haast niet. “Ñoqui” heeft in Argentinië nog een andere betekenis. Het is de bijnaam van overheidsfunctionarissen die slechts een keer per maand op hun “werk” verschijnen. Inderdaad, zo rond de 29ste om hun salaris op te strijken. “Ñoquis” zijn gewoonlijk politieke vriendjes die op deze manier daadwerkelijk te vriend worden gehouden. Ook hier onderhouden kleine geschenken kennelijk de vriendschap. Tijdens de verkiezingsstrijd voor de Stadsregering van Buenos Aires werden de “ñoquis” extra in het zonnetje gezet. Mauricio Macri, zakenman en voorzitter van de voetbalclub Boca Juniors, verklaarde tijdens zijn campagne: “Als ik word gekozen, dan gooi ik alle ñoquis er uit!” Tussen neus en lippen door beschuldigde hij Aníbal Ibarra, de zittende “Jefe de Gobierno - voorzitter van de Stadsregering”, ervan zo’n 7.000 ñoquis (=vriendjes) op de loonlijst van de gemeente te hebben staan. Beide heren overleefden de eerste verkiezingsronde en zullen op 14 september aanstaande tegen elkaar in het krijt treden. Stoten onder de gordel en de wildste verdachtmakingen horen bij de Argentijnse verkiezingsfolklore. Een campagne is derhalve zelden saai en houdt de publieke belangstelling levend. Een paar weken voor de verkiezingen werd plotseling begonnen met het asfalteren van zowat alle toegangswegen naar de stad met wat in de volksmond “asfalto electoral - verkiezingsasfalt” heet. Handlangers van Macri kondigden ogenblikkelijk een proces aan. Deze projecten vestigen immers op veel te positieve wijze de aandacht op de inspanningen van de zittende regering. Zowel het gebruikte asfalt als de gecontracteerde wegenbouwers zouden van dubieuze kwaliteit zijn. De wegen werden gewoon geasfalteerd en over het aangekondigde proces werd niets meer vernomen. “In diskrediet brengen van de tegenstander” daar gaat het om. Gelijk hebben of krijgen is volstrekt onbelangrijk. “Ghost workers”, “ghost pensioners”, “ghost policemen” alles wat er aan niet bestaande werknemers of gepensioeneerden is te bedenken, was in Nigeria dagelijkse kost. Vroeg in de ochtend, onderweg naar kantoor, zag ik tegen het einde maand langs Broad Street op Lagos Island vaak een lange rij oude mannen staan. Gepensioeneerden van het daar gevestigde Ministerie van Luchtvaart die hun pensioen persoonlijk moesten afhalen. Dit was bedoeld om fraude tegen te gaan. Een “ghost pensioner” iemand die dood is of niet bestaat, kan zich immers niet melden? Bij het hoofdkantoor de NRC - de Nigeriaanse Spoorwegen in Ebute-Metta gebeurde hetzelfde. Een “pensioners parade” heet zoiets. Regelmatig stierven er oudgedienden als gevolg van het lange wachten in de tropische hitte. Dat werd echter minder erg gevonden dan al die salarissen en pensioenen die aan “ghosts - fantomen” werden uitbetaald en in de zakken van corrupte ambtenaren verdwenen. Met nog actieve werknemers gebeurde op veel plaatsen hetzelfde. Soms werden er honderden “werknemers” ontdekt die helemaal niet bestonden. Op vrijdag 29 augustus 2003, de “dia de ñoquis”, hing er op veel plaatsen in het centrum van Buenos Aires een poster waarop een tot nu toe onbekende heilige stond afgebeeld “San Ñoqui - Sint Vriendjespolitiek.” Zijn schijnheilige gezicht leek sprekend op dat van Aníbal Ibarra, degene die uit het zadel moet worden gewipt. Iedere Porteño wist dat dit het werk is van de aanhangers van Mauricio Macri, de uitdager, én wat er mee werd bedoeld. Ludiek toch? Vertrouwd als ik ben met corrupte landen, moet ik een Chileense collega “Bij ons bestaat dat helemaal niet, echt niet!” uitleg geven. Al doende, dwalen mijn gedachten af naar Lagos en Nigeria. Het is een onverwacht genoegen om te worden herinnerd aan het land waar corruptie (achteraf gezien) vaak op zo’n charmante manier in de praktijk wordt gebracht. Bijna net zo charmant als hier in Buenos Aires. San Ñoqui, hoe verzinnen ze het. Dat er nog vele verkiezingen mogen volgen. |