Deze week maar één foto>>>>

DE STRATEN VAN BUENOS AIRES (08012003)

Ingesloten door een spoorweg, de brede Avenida del Libertador, een busstation en het MARQ, het architectuurmuseum, ligt in het stadsdeel Recoleta het Carlos Thayspark. Het is een van die typische groene plekken, waarvan er in Buenos Aires zoveel zijn. Veel gras, veel bankjes, wandelpaden, niet al te veel bomen, een plek om de honden uit te laten, een zandbak met daarin glijbanen, schommels en klimhekken om de kinderen uit te laten, geasfalteerde trapveldjes. Het is, zoals de meeste andere parken en parkjes, ook een beetje een beeldentuin. Van links naar rechts: een abstracte metalen sculptuur die door de Baskische gemeenschap in 1997 aan "la Argentina" werd aangeboden. Aan de bovenkant zit al roest, een vogel heeft er een nest in gebouwd. Vlakbij een borstbeeld van vermoedelijk Carlos Thays, de Franse landschapsarchitect naar wie het park is vernoemd. De bronzen plaquette waarop zijn naam zou moeten staan, is gejat.

Vijftig meter verderop staat een enorm mannelijk torso. Achter de monumentale kont liggen opvallend vaak jongedames te zonnebaden, lekker uit de wind. Niet veel verder een beeld van een vrouw die een paar keer in de lengte werd doorgezaagd en daarna slordig weer in elkaar werd gezet. Over haar misvormde rechterschouder is de VNvlag gedrapeerd, het monument herdenkt de oprichting van de Verenigde Naties. In een dode hoek, naast het in een voormalige watertoren gevestigde MARQ, een oud beeld van een wat mollige vrouw die nogal op een klassieke Franse Marianne lijkt. "Pro-Cultura Nacional" is er in de bordeuax-rode natuurstenen sokkel gehakt.

Sinds een paar maanden staat er in de andere dode hoek van het park een slecht gestort en roestbruin geverfd blok beton van zo'n 3 meter hoog en 2 meter breed. In drukletters zijn er met witte verf twee gedichten op geschilderd. Aan de ene kant "Las Calles - de Straten" van Jorge Luis Borges, aan de andere kant "Las Veradas de Buenos Aires - de Stoepen van Buenos Aires" van Julio Cortázar (op de foto). Het gedicht van Borges is, net zoals veel straten in de stad, behoorlijk lang. Het 12 regelige gedicht van Cortázar, is daarentegen bijna net zo kort als de meeste stoepen smal zijn. Het stratenplan in het centrum van Buenos Aires is strak georganiseerd en ziet eruit als een verzameling kleine vierkantjes. De straten lopen kaarsrecht van noord naar zuid en van oost naar west, het lijkt op een afdruk van een ouderwets wafelijzer. Ieder vierkantje op de kaart vertegenwoordigt een "manzana" een blok gebouwen. De vier kanten van de manzana worden gevormd door ongeveer 100 meter lange "cuadras." De huizenblokkken worden van elkaar gescheiden door "calles - straten" waarin de gevels 9 meter en 50 centimeter uit elkaar staan en "avenidas" die meestal twee of drie keer zo breed zijn.

In beide is eenrichtingsverkeer de norm, hoewel er spaarzame uitzonderingen zijn. De huisnummering van de calles en avenidas is erg overzichtelijk, niet doorlopend zoals in Nederland, maar per blok. Het eerste blok van een straat heeft de nummers 0 tot 100, het tweede 100 tot 200, en zovoorts. Als je eenmaal door hebt hoe het systeem werkt, is het een fluitje van een cent om je weg in Buenos Aires te vinden. Vooral op werkdagen, is door de stad lopen zoiets als wandelen met hindernissen. De trottoirs van de calles zijn 90 centimeter breed, net breed genoeg voor twee voetgangers. Veel Porteńos lopen uit gewoonte lekker asociaal in het midden of met z'n tweeën naast elkaar en maken het zo voor anderen vrijwel onmogelijk om te passeren Andere obstakels zijn de kiosken die op veel plaatsen op de stoep staan, om maar niet te spreken over de straten waar een bus doorheen rijdt. Daar nemen de wachtende passagiers minstens de halve stoep in beslag. In de zomer moet je het condenswater, dat uit de op volle toeren draaiende airconditioners lekt, zien te ontwijken. Deze zomer beginnen opeens de betonnen gevelorrnamenten van oudere gebouwen naar beneden te vallen. Samen met tegels die zijn weggehakt en (nog?) niet vervangen of de metalen deksels die zijn gejat, zijn dit de nieuwste hindernissen. Het wegdek van de calles is net iets meer dan twee autobussen breed, parkeren mag slechts bij uitzondering in straten waar geen of weinig bussen doorheen rijden. Paarkeerplaatsen zijn te vinden in garages, maar vaker in de openlucht.

In het "microcentro" het hart van de stad waar veel banken, kantoren en overheidsinstellingen zijn gevestigd, werden mooie oudere gebouwen gesloopt om plaats te maken voor lelijke parkeerruimtes. Het verhurem daarvan brengt meer geld op dan het verhuren van de appartementen, kantoren of winkelruimtes die er eerst stonden. In de smalle straten houden de hoge gebouwen in de zomer de zon weg en in de winter het licht, dat maakt ze ietwat somber. De stank van de uitlaatgassen die blijven hangen is soms ronduit verstikkend, roken zou wel eens gezonder kunnen zijn dan een wandeling door Buenos Aires. Hoe dit alles Borges en Cortázar tot dichten heeft kunnen ďnspireren, verbaast mij dan ook zeer. Zelf ben ik nog niet verder gekomen dan deze lamentatie.


© Jacques de Rhoter
© ©foto Rob Hoogenbeek

Printversie