|
VERGEEFSE REIS NAAR CASEROS (10-07-2003) "Aan de andere kant van de Generaal Paz" antwoordden mijn collega's toen ik ze vroeg waar het stadsdeel Caseros ongeveer ligt. "Generaal Paz" is de naam van de ringweg aan de noordkant van de stad Buenos Aires en min of meer de grens tussen de hoofdstad en de Provincie met dezelfde naam. Als je het niet weet, merk je niet eens dat je de stad voor de provincie hebt verruild. De huizenzee kabbelt onverstoorbaar verder. Dit is GBA - Gran Buenos Aires - de agglomeratie Buenos Aires waar bijna net zoveel mensen wonen als in heel Nederland. "Aan de andere kant van de Generaal Paz" wil ook zoiets zeggen als "Wat heb je dáár nu te zoeken?" Want aan de andere kant van de ringweg heerst op veel plaatsen armoede, de Argentijnse werkelijkheid die mijn goed verdienende collega's ontkennen en eigenlijk niet willen kennen. Waarom Caseros? Op de kunstbeurs ArteBA 2003 had ik vorige week ontdekt dat in het Museum van de Nationale Universiteit van 3 februari de expositie "Eva Perón, de vrouw in de hedendaagse kunst" dit weekeinde voor het laatst te zien zou zijn. Vanaf de eerste dag dat wij in Buenos Aires wonen, loop ik zo'n beetje alles af dat over Evita en/of de familie Perón gaat. Deze tentoonstelling moet dus beslist nog even worden bezocht. Volgens een recensie in het dagblad Clarín tonen 32 kunstenaressen er werk dat door Evita Perón werd geïnspireerd én waarop Evita Perón op een of andere manier het onderwerp is. De laatste zaterdag van juni is een grijze en koude winterdag. Nog niet eerder reisde ik in Argentinië met de trein. Nu wel, gewoon om de praktische reden dat de expositieruimte tegenover het station van Caseros zou liggen. Een retourtje Retiro, waar wij wonen, naar Caseros kost 30 Eurocenten. Om 11 uur 27 koop ik het kaartje en moet rennen om de trein van 11 uur 31 op perron 4 te halen. De trein is niet verwarmd en evenmin erg comfortabel, de banken zijn gemaakt van hemelsblauw geverfd stevig blik. De laatste keer dat ik in een dusdanig afgeleefd treinstel reisde, was tijdens mijn dienstplichtige dagen. Maar goed, in ruil voor een dusdanig goedkoop kaartje kan je ook niet al te veel comfort verwachten. Het universiteitsgebouw ligt inderdaad tegenover de uitgang van het station. De "Sala de Exposiciones - de Expositieruimte" zit stevig op slot. Ik tref het dat er net een medewerker naar buiten komt. Op de vraag waar de Evitatentoonstelling kan worden bekeken, antwoordt hij "Ze hebben gisteren alles al weggehaald!" "De tentoonstelling zou toch tot morgen duren?" is mijn licht vertwijfelde reactie. "Ja, dat dachten wij ook" reageert hij laconiek "het is niet anders, het spijt me." Het alternatief is wat door Caseros te wandelen. Het is helaas zo'n dorp van dertien in een dozijn, niets aan. Alsof je in Nederland op een winterse zaterdagmorgen een dorp in de provincie bezoekt, saai en vrijwel uitgestorven. Er zit niet veel anders op dan de eerstvolgende trein terug naar huis te nemen en de spoorwegen dan maar eens wat beter te bekijken. Want die hadden op de heenreis mijn nieuwsgierigheid opgewekt. In de zuidpunt van Latijns Amerika werden de spoorwegen door de Engelsen aangelegd en geëxploiteerd. Dat is goed te zien, veel materiaal en materieel werd uit Engeland ingevoerd. Zodoende waan ik me even terug in het begin van de jaren tachtig toen ik bijna vier jaar in Londen werkte en iedere dag de trein naar Waterloo Station nam. De treinstellen lijken niet op de Engelse, alles er omheen des te meer. De stationnetjes langs de lijn zouden zo uit de omgeving van de Engelse hoofdstad kunnen zijn weggeplukt. Dezelfde geasfalteerde perrons, dezelfde voetbruggen om de rails over te steken naar het perron aan de andere kant, dezelfde bizarre kleine loketten in een donkere halletje. Dezelfde gietijzeren draagconstructie die de overkapping van de perrons ondersteunt, een overkapping met langs de houten rand dezelfde decoraties, hetzelfde vakwerk in de gevel van het stationsgebouwtje. De treinen rijden tegen de richting in, houden links in een land waar al het overige verkeer rechts houdt. Zelfs het weer doet mee, het is Engels grauw. De locomotieven lopen gelukkig op diesel en niet op elektriciteit, want anders zou ik haast zeker in verband met "leaves on the track" vertraging hebben opgelopen. Of wegens "staff shortages" of wegens "shortage of rolling stock." of wegens "frozen points - bevroren wissels." Nu ik het opschrijf, klinkt het weer in mijn oren alsof ik op het station van East Horsley, waar ik woonde, voor de zoveelste keer op de veel te late trein sta te wachten. Vanuit de trein zie je, zoals in zoveel landen, de achterkant van de grote stad. Die ziet er heel wat minder gesoigneerd uit dan de voorkant. Het verval en de armoede komen af en toe onverbloemd in beeld. Verlaten en vervallen fabrieksgebouwen. Uit elkaar vallende en verroestende treinstellen en vrachtwagons op immense rangeerterreinen. Tussen de grote reclameborden langs de straten en de spoordijk zijn op veel plaatsen hutjes, "gebouwd" van ieder denkbaar afvalmateriaal. Aan de buiten hangende was te zien, wonen er soms grote gezinnen. Om 12 uur 52 ben ik terug in Retiro, het einde van een vergeefse reis. Hoewel, een stuk minder "vergeefs" als ik voor de gesloten deur van de Evitatentoonstelling in Caseros nog dacht. |