Deze week maar één foto>>>>

FRONTLIJNSTRATEN (17012003)

Wij wonen aan de keurige Plaza San Martín in het eveneens keurige stadsdeel Retiro. Zowel de buurt als ons appartement werden vooraf uitgebreid geïnspecteerd en goedgekeurd door de veiligheidsadviseur van mijn werkgever. In zijn ogen is Buenos Aires een levensgevaarlijke stad voor gastarbeiders zoals wij. Na bijna 10 jaar in Lagos te hebben gewoond en een paar jaar Rio de Janeiro, vinden wij dat nogal overdreven. Nadat hij zich eens liet ontvallen gepensioneerd beroepsmilitair te zijn,vind ik hem een wat verdachte Argentijn. Hij heeft de leeftijd én de manier van optreden om tijdens de militaire dictatuur vuile handen te hebben gemaakt. Schijtlaars die ik ben, durf ik het niet aan om door te vragen naar zijn verleden. Ondanks zijn positieve advies van ruim een jaar geleden, moet ik hem te vriend houden voor het geval wij, al dan niet gedwongen, zouden moeten verhuizen. Wij hebben niet alleen een conflict met onze huisbaas, sinds begin vorige week wonen we bovendien in een frontlijnstraat van een gebied waar een soort stadsguerilla woedt en hij zou als represaille onze buurt wel eens "onveilig" kunnen verklaren.

Als gevolg van de slechte economische situatie en de hoge werkloosheid, neemt overal in Buenos Aires en ook bij ons in de buurt de straathandel zienderogen toe. Naast bijna iedere grote supermarkt zitten wel wat "Bolivianas" groenten, fruit en eieren te verkopen. Of ze echt uit Bolivia komen, weet ik niet, mijn collega's houden vol van wel. De troittoirs van de Avenida Santa Fé zijn een prima plek om sexy dameslingerie, t-shirts en sokken te kopen. De spoorwegterminal van Retiro was dé plek voor alle bekende merken sportschoenen en vrijetijdskleding. Lekker goedkoop, dus namaak. Overhemden en poloshirts van Hugo Boss tot Lacoste, waren voor een prikje te koop in de "bend down boutiques - je moet je bukken boetieks" langs de Calle Florída, in het centrum. De illegale geldwisselaars "cambio, cambio, pago más!" doen in dezelfde straat goede zaken, evenals de "ambachtslieden" die leren tasjes, riemen, kettinkjes, armbanden, haakwerkjes en andere toeristische hebbedingetjes proberen te verkopen.

Een paar maanden geleden is de stadsregering van Buenos Aires begonnen om een eind te maken aan deze straathandel. Met enige regelmaat toont de televisie schrijnende beelden van hoe er weer een kruispunt of een straat wordt schoon-geveegd. De verkopers hier missen de ervaring van hun collega's in Rio de Janeiro, die altijd zeer op hun qui vive zijn. Zij stallen hun waren uit op een zeiltje of een doek, met aan iedere punt een stuk touw, dat de eigenaar in staat stelt zijn hele handel in één keer op te pakken als de politie er aankomt om hun spullen in beslag te nemen. De Porteños zijn nog niet zo erg lang arm en bij lange na nog niet zo gehaaid in het omgaan met de geüniformeerde tegenstanders.

Het front heeft zich onverwacht verplaatst naar de Calle Florída, de dure winkelstraat bij ons om de hoek. De ME patrouilleert er, gemeenteambtenaren nemen de spullen in beslag die de verkopers niet snel genoeg inpakken. Gisteravond was het front ons huis tot op een paar honderd meter genaderd. Vrijwel ieder radio- en televisiestation had verslaggevers of cameraploegen ter plaatse. Aanvankelijk zag het er wel wat grimmig, maar niet al te dreigend uit. De ME-ers, met "palos" lange houten latten en Duitse herders stonden langs de etalages, de nu dubbele werklozen zaten op de stoep
naast hun spandoeken. Ze sloegen met lege plastic flessen op de tegels, hetgeen in een smalle straat met gebouwen tot gemiddeld 10 hoog, lekker veel lawaai maakte. Ik nam foto's en sprak met Gustavo, de verslaggever van de televisiezender TN - Todas Noticias oftewel "al het nieuws." "Wat hebben jullie als serieus kanaal hier nu eigenlijk te zoeken?" vroeg ik hem. "Waar kom je vandaan?" wilde hij eerst weten. "Uit Nederland, maar ik woon en werk hier" "Zie je" zo begon hij "dit conflict duurt al meer dan 10 jaar omdat er geen goede wetgeving is die dit allemaal regelt." "Wat een bureaucratisch antwoord" interrumpeerde ik hem" de meesten zijn toch werklozen, die op een eerlijke manier proberen om wat geld te verdien?" "Ja, maar er worden ook gestolen spullen en namaak merkkleding verkocht en dat kan nu eenmaal niet!" "Laat ik je dit vertellen" zei besloot hij "als wij hier niet met onze cameras zouden zijn, dan had de ME de straat al lang zeer hardhandig schoongeveegd!" Een humanitaire missie dus.

Uit mijn ooghoek zie ik plots een agente langs de winkels rennen en gebaren dat de winkeliers hun rolluiken moeten laten zakken. Het spel gaat op de wagen. De ME rukt op en begint iedereen die in de weg staat gedecideerd aan de kant te duwen. Camaraploegen, met de verslaggevers in hun kielzog, rennen naar voren om het beste plaatjes te maken. Ik ren met ze mee en begin me een verslaggever aan het front te voelen. Een demonstrant wordt gearresteerd. "Openbare geweldpleging" legt de goedgebekte politiewoordvoerder uit, niemand anders heeft het gezien. De ME trekt zich terug, de demonstranten beginnen weer met hun flessen op de straat te slaan. De autoriteiten hebben hun zin, want de handel ligt stil. "We gaan net zo lang door tot er een oplossing is!" verklaren de boze demonstranten. Wij zeggen tegen elkaar dat we absoluut niet willen verhuizen. Er gaat niets boven het wonen in een frontlijnstraat!


© Jacques de Rhoter
© ©foto Jacques de Rhoter

Printversie