|
DE OMGEKEERDE WERELD? - 2 (21-12-2002)
Argentinië ligt aan de andere kant
van de wereld en, volgens sommigen, houdt
de wereld er op. In Tierra del Fuego, in
het uiterste zuiden, staat een bordje met
"het eind van de wereld" erop.
Soms krijgen wij de indruk dat het hier
eerder de omgekeerde wereld is. Zoals bijvoorbeeld
vandaag 21 december, het begin van de winter
en de kortste dag in Europa. In Zuid-Amerika
het begin van de zomer en de langste dag,
niet zo lang als in Nederland slechts van
6 uur 's ochtends tot half 9 's avonds.
De zomerkleding "collectie 2003"
lag een paar maanden geleden al in de winkels
en in maart, na de grote zomervacantie,
is het de beurt aan de wintercollectie 2003,
een half jaar eerder dan op het noordelijke
halfrond.
Of zoals bijvoorbeeld met het schoonhouden
van de steden. In Buenos Aires wordt iedere
dag, behalve op zaterdag, het huisvuil opgehaald
door de CLIBA - Compañia Latinoamericana
de Inginiería Básica Ambiental.
In Rio de Janeiro heet de stadsreinigingsdienst
COMLUB - Companhia Municipal de Limpeza
Urbana. Dat klinkt in mijn oren gelijk aln
een heel stuk schoner dan ROTEB, de Rotterdamse
Reinigingsdienst, die op haar website niet
eens durft uit leggen waar ROTEB voor staat.
Ze schamen zich terecht, want het verhaal
dat Nederland zo'n schoon land is, gaat
al lang niet meer op. Het is er zelfs ronduit
smerig aan het worden. In Rio werden en
in Buenos Aires worden de trottoirs bij
ons in de buurt iedere ochtend door de portiers
van de gebouwen schoon geveegd of gespoten.
In Rio doet de reinigingsdienst er na een
drukke stranddag nog een schepje bovenop.
Dan mogen de jongens van de COMLUB met hun
emmertjes en schepjes naar het strand, om
het vuil uit het zand te gaan zeven!
Of zoals bijvoorbeeld met het honger lijden.
Op de voorpagina van de NRC van 20 november
stond een schokkende foto van een Argentijns
jongentje van 4 jaar dat slechts 7 kilo
weegt. Dat er in het noorden van Argentinië
honger wordt geleden, staat als een paal
boven water. Volgens een reportage van de
Franse zender TV5, zijn er dit jaar al meer
dan duizend Argentijnse kinderen de hongerdood
gestorven. Een Argentijnse zender liet een
paar maanden geleden zelfs mensen zien die
aarde eten om toch maar iets in de maag
te hebben. Desondanks maakt de NRC weinig
woorden aan vuil aan de Argentijnse honger,
niet meer dan 197, voor mij was dat geen
verassing. Eerder dit jaar las ik een brief
waarin de hoofdredacteur de correspondent
voor Latijns Amerika, onze vriendin Marjon,
verweet te vaak over de onderkant van de
samenleving te schrijven. Dat is namelijk
niet goed voor de oplagecijfers en haar
contract werd in een adem door opgezegd.
Nee, dan Nederlandse kinderen die te veel
eten, dat is pas nieuws. Daar werden op
de voorpagina van 11 december 45 woorden
aan gewijd en op de binnenpagina nog eens
489. Het Parool besteedde zelfs 1.610 woorden
aan het thema "Overgewicht." Alleen
de Volkskrant schreef twee keer zoveel over
de honger in Argentinië, dan over de
vetzucht in Nederland. Zowaar toch nog een
Nederlandse krant die ondervoeding meer
aandacht waard vindt dan overvoeding.
Of zoals bijvoorbeeld met het in een rij
op je beurt wachten. Zowel in Brazilië
als in Argentinië wachten de meeste
mensen keurig in een rij op hun beurt. Niets
geen voordringen of ellebogen om voor je
beurt te worden geholpen. In Buenos Aires
staan sinds vorig jaar december overal rijen.
Dag in dag uit staan mensen in de rij om
beetje bij beetje hun geld van de bank te
halen of het om te wisselen voor Dollars.
Of ze staan in de rij voor een paspoort
of een visum voor het beloofde land, 't
kan niet schelen welk. Een collega, die
dank zij zijn grootmoeder, recht had op
een Italiaans paspoort, dacht dat snel te
hebben geregeld toen hij op het Consulaat
binnen een paar uur een volgnummer kreeg
uitgereikt. "Wanneer ben ik aan de
beurt?" informeerde hij optimistisch.
"Als het meezit volgende week vrijdag."
luidde het antwoord. Er stond een onzichtbare
rij van meer dan een week. Toen twee weken
geleden in Rotterdam de stroom uitviel en
wij door onze medepassagiers bijna de bus
werden ingedragen, verlangden wij even naar
de andere kant van de wereld. Bovendien
waaide er een ijskoude wind, wellicht was
dat wel de werkelijke reden van de nostalgische
gevoelens. Sommige Argentijnen hebben van
het in de rij staan hun beroep gemaakt.
Voor dag en dauw staan zij in de rij in
de hoop hun plaats later tegen een redelijke
vergoeding te kunnen verkopen aan iemand
die wel wat in de rij heeft te zoeken,maar
geen zin heeft om uren te wachten Dit nieuwe
beroep heet "colista" en is afgeleid
van "cola" het Spaanse woord voor
rij.
Of zoals bijvoorbeeld met kledingmaten.
In Rio had ik de stellige indruk dat je
daar als jonge vrouw je kleding tenminste
één maat te klein moest kopen.
Topjes of lange broeken moesten als een
tweede huid om het lichaam zitten, dat gold
zowel voor vrijetijdskleding als voor werkkleding.
Soms was dat best oogstrelend, maar vaak
was het niet om aan te zien. Ondanks het
aangeboren gevoel voor ritme, ontbrak bij
heel wat mollige en dikke dames het maatgevoel
waar het kleding betrof. Mijn geliefde,
die niet veel op heeft met al te strakke
kleren, kreeg soms haast ruzie met verkoopsters,
die vonden dat zij persé een maatje
kleiner moest kopen. En dat terwijl de maat
die ze aan had al behoorlijk strak afkleedde.
Voor schoenen kon ik in Rio niet terecht,
mijn maat 45 was niet te krijgen. In Buenos
Aires zit ik weer goed. Hoewel, hier heb
ik opeens maat 44. Noodgedwongen leef ik
daardoor net zoals de meeste Argentijnen
op kleinere voet dan vorig jaar. Onze tijdelijke
landgenoten vinden het knap moeilijk om
figuurlijk op kleinere voet te moeten leven,
letterlijk op kleinere voet leven blijkt
veel gemakkelijker te zijn. Daarin verschilt
de omgekeerde wereld nu eens niet van de
andere kant van de wereld.
|