|
DE OMGEKEERDE WERELD ?(21-06-2002)
Argentinië ligt aan de andere kant
van de wereld en, volgens sommigen, houdt
de wereld er op. In Tierra del Fuego, in
het uiterste zuiden, staat dan ook een bordje
met "het eind van de wereld" erop.
Of is de andere kant van de wereld misschien
de omgekeerde wereld? Vandaag 21 juni bijvoorbeeld.
Het begin van de zomer en de langste dag
in Europa. In Zuid-Amerika het begin van
de winter en de kortste dag. De winterkleding
"collectie 2002" lag een paar
maanden geleden al in de winkels en de zomercollectie
2003 wordt rond september verwacht, een
half jaar eerder dan op het noordelijke
halfrond.
Of met de taIen bijvoorbeeld. In Brazilië
wordt Portugees gesproken. Maar het wordt
heel anders uitgesproken dan het Portugees
in Portugal en er zijn veel woorden die
hetzelfde bedoelen te zeggen, maar die in
beide landen verschillend zijn. Zelf probeerde
ik een aantal keren een voetbalwedstrijd
op de RTP, de Portugese Wereldomroep, te
volgen. Met de grootst mogelijke inspanning
en met de beelden voor ogen, begreep ik
ongeveer de helft van het commentaar. Nee,
dat lag niet aan mijn gebrekkige kennis
van de taal! In Argentinië is het al
niet veel anders. Hier wordt Spaans gesproken,
de Castiliaanse variant. In mijn oren klinkt
het soms meer als Braziliaans Portugees
dan als het Spaans dat ik mij uit Spanje
herinner. De straat, la calle, is in Spanje
een "kalje" en is in Buenos Aires
een "kasje". Hetzelfde geldt voor
alle "dubbele ellen", met als
gevolg dat de uitspraak sterk lijkt op woorden
die in Brazilië met een ch beginnen.
Aankomen - chegar in Rio klinkt precies
zo als aankomen - llegar in Buenos Aires
en lijkt zelfs in de verte niet op het Spaanse
"ljegar." De Chilenen zijn wat
praktischer ingesteld, die zeggen gewoon
"legar" alsof er maar één
"el" staat en spreken calle zo'n
beetje uit als "kale".
Of in het stadsbeeld bijvoorbeeld. Terwijl
haast iedere metropool in Europa door asielzoekende
migranten en instromende medeburgers uit
voormalige "rijksdelen overzee"
steeds donkerder kleurt, is de Argentijnse
hoofdstad Buenos Aires een vrijwel exclusieve
blanke enclave. Je ziet wel eens Afrikaans
gezicht, maar dat is dan meestal een Uruguayo
van de andere kant van de rivier. Chinezen
vind je in China Town, een paar straten
bij het station van het stadsdeel Belgrano,
maar er zouden ook Koreanen of Japanners
bij kunnen zitten. Iemand met Aziatische
trekken is hier steevast een "Chino"
een Chinees. Gezichten met Indiaanse trekken
zie je vaker, maar zoals op een muur van
één van de zalen in het Etnografisch
Museum staat geschreven "de oorspronkelijk
bevolking van Argentinië is bijna uitgestorven,
doch niet als gevolg van besmettelijke ziektes,
zij werden uitgemoord door onze grootvaders."
Waarmee, zij het op een zeer bescheiden
manier, wat wordt getornd aan het populaire
sprookje dat de Indianen massaal aan de
gele koorts zouden zijn bezweken.
Of met roken bijvoorbeeld. Roken in overheidsgebouwen
is niet verboden en wordt zelfs niet eens
ontmoedigd. Bij de ingang staat geen waarschuwing
dat je er als "meeroker" longkanker
kunt oplopen. Toen ik een paar maanden geleden
in de wachtkamer van het Nationaal Personenregister
zat te wachten om de aanvrage voor mijn
Argentijnse persoonsbewijs in te dienen,
zag de kleine wachtruimte blauw van de sigarettenrook.
Niet de rokers moesten naar buiten om te
gaan roken, het is aan de niet rokers om
af en toe naar buiten te gaan om wat frisse
lucht in te ademen. Ik twee keer in een
half uur.
Of in het verkeer bijvoorbeeld. De verkeerslichten
in Buenos Aires staan aan de overkant van
het kruispunt en niet, zoals wij zijn gewend,
ervoor. Oversteken op zebrapaden, zelfs
als die zijn beveiligd met lichten, staat
haast gelijk aan een eenvoudige (en indien
doelbewust een uiterst doelmatige) zelfmoordpoging,
want alleen onervaren chauffeurs houden
in voor voetgangers!
Of met de windrichting bijvoorbeeld. Als
in Buenos Aires de wind uit het zuiden waait,
is dat geen lekkere lauwe mediterrane wind,
maar koude polaire lucht vanaf de Zuidpool.
Leg de winterjassen maar klaar, want in
"koukleumen" zijn Argentijnen
wereldkampioen. Toen ik vorige week zaterdagochtend
om een uur of negen in mijn overhemd naar
de bakker ging, het was 10°C en de zon
scheen, liet één van de buren
net haar hondje uit. Zij had een dikke jas
aan, droeg wanten en had ook haar oorwarmers
maar opgezet, het hondje droeg een dekje.
Om de hoek waren bouwvakkers aan het werk
met de bivakmutsen op. Op kantoor kijk ik
niet vreemd meer op als een collega in een
dik winterjack achter zijn bureau zit of
een vrouwelijke collega koket in haar bontjasje
door de gangen paradeert. Mijn Nigeriaanse
geliefde, die haar leven lang in tropische
landen heeft gewoond, amuseert zich kostelijk
als ze de Argentijnen koukleumend over straat
ziet lopen, terwijl zij het nog net ietsje
te warm vindt voor een dikke trui.
Of met zoenen bijvoorbeeld. Mannen die
elkaar op straat op de wang zoenen, iets
dat je vaak ziet, zijn vrienden of famielieleden
die elkaar begroeten. Bij mij op kantoor
is het zoenen (op de wang) van de vrouwelijke
collega's aan het begin en aan het einde
van de werkdag heel gebruikelijk zonder
dat het tot (aan-) klachten over sexuele
intimidatie op de werkplek leidt. "Jacques,
nosotros somos Latinos! - Jacques, wij zijn
Latinos!" dit is zoals wij met elkaar
omgaan, wordt er dan met een knipoog tegen
mij, de afstandelijke Calvinist, gezeg
|