|
CLUB DEL TRUEQUE (03-05-2002)
Vlakbij de ingang van het MAMBA, het Museum
voor Moderne Kunst van Buenos Aires, word
ik afgeleid door het keiharde gedrum dat
elders in de buurt opklinkt. Ik besluit
dat de expositie van de fotograaf Sameer
Makarius dan volgende week maar aan de beurt
moet komen en loop de hoek om, de Calle
Defensa in. Daar maken vrijwel iedere zondagmiddag
de, hoofdzakelijk uit het buurland Uruguay
afkomstige, Candombé drummers en
dansers een luidruchtig en kleurrijk rondje
door de wijk San Telmo. Vandaag is het geen
vrolijke processie, maar het optreden van
een hardrockband onder het viaduct van de
snelweg die dwars door de wijk loopt, dat
de buurt opvrolijkt. Het is een gratis concert
ter gelegenheid van de "Feria Popular
Club del Trueque - de volksmarkt van de
ruilclub."
De eerste Argentijnse Club del Trueque
werd begin 1995 in een garage in een buitenwijk
van Buenos Aires georganiseerd en er namen
23 personen aan deel. Het beviel zo goed,
dat de deelnemers besloten er mee door te
gaan, de garage werd al snel te klein en
nieuwe huisvesting werd gevonden in een
verlaten fabriekshal. Door de toenemende
armoede, het ontbreken van sociale voorzieningen
en bovenal het gebrek aan geld, wordt het
ruilen van goederen en diensten met de dag
populairder. Volgens een grove schatting
bestaan er op dit moment in Argentinië
zo'n 4.500 ruilcubs met meer dan 2 miljoen
deelnemers. Het verschijnsel is ook overgewaaid
naar andere landen en er bestaat zelfs een
overkoepelende internationale organisatie,
die een prachtige beginselverklaring heeft
gepubliceerd waarin de nadruk ligt op het
verbeteren van de leefomstandigheden van
de deelnemers.
Dagelijks komen er meer clubs bij en de
afgelopen zes maanden werden er alleen al
in Buenos Aires 75 nieuwe opgericht. De
clubs, aanvankelijk gezien als een vorm
van zelfhulp voor de allerarmsten, rukken
nu ook op in de "betere" buurten.
Kort geleden kopte het dagblad Clarín
dat er nu zelfs al een ruilcub was opgericht
in Alto Palermo in Barrio Norte, één
van de duurdere wijken van de stad.
Iemand die niets heeft te ruilen, heeft
niets bij een Club del Trueque te zoeken.
Je kan alleen maar meedoen als je goederen
of diensten hebt aan te bieden, die je kunt
ruilen tegen tegoedbonnen, die je vervolgens
kunt gebruiken om goederen of diensten met
andere deelnemers te ruilen. De "prijzen"
van de ruilclubs zijn namelijk niet uitgedrukt
in geld, maar in "créditos -
tegoedbonnen." Een kapper kan gaan
knippen op een ruilclub en met de tegoedbonnen
die hij verdient, bijvoorbeeld levensmiddelen
kopen of een kledingstuk of een andere dienst.
Het bestuur van de ruilclub ziet er op toe
dat alleen "erkende leden", die
bij veel clubs via een ballotagecommissie
worden toegelaten, aan de markten deelnemen.
Verder regelt het bestuur de uitgave van
de créditos en zorgt er over het
algemeen voor dat nieuwe leden een lening
krijgen in de vorm van créditos om
een beginkapitaal te hebben.
Door Nederlandse of Engelse conversatielessen
voor Argentijnen aan te bieden, zou ik ook
aan een Club del Trueque mee kunnen gaan
doen. Met de aldus verdiende créditos
zou ik vervolgens tweeedehands boeken kunnen
kopen of mijn haar kunnen laten knippen.
Gelukkig is bij ons de nood nog niet zo
hoog gestegen. Hoewel ik al een een paar
keer een reportage op de televisie heb gezien,
zie ik vandaag voor het eerst hoe zo´n
club in de praktijk functioneert. Bij de
ingang van de ruilclub in San Telmo is een
lijst met vaste prijzen voor levensmiddelen
en andere eerste levensbehoeften aangeplakt.
Op de lijsten is het $ teken van de Argentijnse
Peso vervangen door de ¢ van de crédito:
1 kg suiker - ¢3, 1kg meel - ¢3,
1 liter olie - ¢5, waspoeder - ¢2,
6 eieren - ¢3, shampoo - ¢4, enzovoorts.
Alle andere artikelen worden geprijsd op
basis van wat de eigenaar er voor wil vangen.
Zo worden zelfgebakken taartpunten aangeboden
én grif verkocht voor ¢1, illegaal
gekopieëerde CD's voor ¢12 en
zelfgemaakte geurende kaarsen voor ¢4.
Naast de prijslijst hangt een lijst met
de afbeeldingen van de créditos die
bij deze club als ruilmiddel worden erkend.
Veel clubs geven hun eigen tegoedbonnen
uit, die weer niet altijd bij andere ruilclubs
worden geaccepteerd. Er schijnen ook veel
fantasie en valse créditos in omloop
te zijn, dus net als met echt geld is het
oppassen geblazen. Leden van het organiserende
buurtcomité met een sticker "beveiliging"
op hun kleding gespeld, zien er op toe dat
er niet illegaal wordt gehandeld. De sfeer
is zeer ontspannen, maar er wordt niet echt
veel geruild vandaag. De kraam bij de ingang
die pachos - een soort hot dogs - en frisdrank
voor "echt" geld verkoopt, heeft
het zo te zien het drukst.
Dat dit deel van San Telmo niet de rijkste
buurt van Buenos Aires is, is te zien aan
het aanbod, dat vooral uit doorgewassen
tweedehands kleding bestaat en nauwelijks
uit levensmiddelen, verse groenten of fruit.
Kappers, schilders, metselaars en andere
ambachtslieden zijn er ook niet, maar de
ruilclub is pas kort geleden gestart en
moet zich nog wat ontwikkelen. Naderhand
begrijp ik dat er nog een concurrerende
"door de weekse" ruilclub in SanTelmo
actief is die het veel beter schijnt te
doen.
Omdat ik geen créditos op zak heb,
kan ik niets kopen op de Feria. Ongewild
voldoe ik zodoende helemaal aan het stereotiep
van de Nederlandse toerist in het buitenland:
"kijke kijke en niets kope"
|